Bijbelse taal en symbolen komen regelmatig terug in de teksten van muzikanten. Welke rol speelt geloof in hun muziek en leven? News4all gaat in een serie op zoek naar het antwoord op die vraag. Vandaag Bob Dylan.
Bob Dylan (66) is een raadselachtige man. Niemand weet wat hem drijft, over zijn cryptische teksten kan alleen worden gespeculeerd. Een van de meest opmerkelijke perioden uit zijn leven speelde zich af rond 1980. Dylan had zich bekeerd tot het christelijke geloof, tot verbazing van zijn fans en de muziekpers.
Vorig jaar kwam er, na vijf jaar wachten, een nieuw album van Bob Dylan uit: Modern Times. Een vrolijke plaat is het niet, al klinkt de muziek ontspannen en af en toe zelfs monter. Dylan schotelt de luisteraar een wereld voor die zwanger gaat van onheil. In de teksten hangt een apocalyptische duisternis, rampspoed dreigt, alles is misère. In het hypnotiserende slotnummer Ain't Talkin' laat Dylan een eenzame man door de "mystic garden" slenteren. In deze tuin gelden geen morele regels, de tuinman is spoorloos verdwenen. De man wordt in zijn rug aangevallen, maar zit zelf ook vol wrok. Hij heeft zijn vrouw verlaten en wil wraak nemen voor de dood van zijn vader. "In the human heart, an evil spirit can dwell/I'm trying to love my neighbor and do good unto others/But, oh mother, things ain't going well."
Is er, in het wereldbeeld van Dylan, nog hoop voor de mens? Afgaande op Modern Times luidt het antwoord: neen, alles is tevergeefs, de dood is overal en niemand ontkomt aan zijn of haar lot. "We all wear the same thorny crown", zingt Dylan, en daar moeten we het maar mee doen.
Verbijstering
Omstreeks 1980 leek de zanger er toch iets anders over te denken. Er was wel degelijk hoop voor de mens, mits die zich maar bekeerde tot Jezus Christus, de Zoon van God. Dat was een even opmerkelijk als helder standpunt van een man die niet bekend stond als christen. Dylan had zich echter bekeerd, tot verbazing, zo niet verbijstering, van zijn oudere fans en de muziekpers.
Jezus Christus verscheen voor het eerst in Dylans leven eind 1978. Althans, dat heeft de zanger zelf beweerd. Het gebeurde in een hotelkamer in Tucson, Arizona. "Er was een aanwezigheid in die kamer, die niemand anders kon zijn dan Jezus. Hij legde zijn hand op me. Ik voelde mijn hele lichaam trillen. De glorie van de Heer sloeg me tegen de grond en pikte me weer op."
(MP3)
Dylan was door deze ervaring zo gegrepen dat hij niet veel later een spiritueel nummer begon te schrijven, Slow Train. Het werd een van de nummers op zijn eerste religieuze plaat, Slow Train Coming, die in 1979 verscheen. Ook de andere liedjes op dat album, zoals het slotnummer When He Returns, lieten er geen twijfel over bestaan waar Dylans hart op dat moment naar uitging. Na Slow Train Coming zou hij nóg twee gospelplaten maken: Saved (1980) en Shot of Love (1981).
Toen deze laatste plaat uitkwam, hadden veel verstokte fans Dylan al de rug toegekeerd. Zij pruimden zijn nieuwe muziek niet en vonden hem een verrader. Bob Dylan stond voor hen symbool voor de strijd tegen 'het gezag', waartoe zij ook de kerk rekenden. Deze fans waren opgegroeid en volwassen geworden in de jaren zestig en zeventig, decennia waarin velen van hen juist afscheid van God hadden genomen. Dylan was volgens hen zijn eigen boodschap ontrouw geworden, hij had afgedaan.
Gebed
De breuk tussen de zanger en een deel van zijn publiek werd goed zichtbaar tijdens de concerten. In november 1979 speelde Dylan voor het eerst live zijn gospelrepertoire, tijdens een reeks optredens in San Francisco. Voorafgaand aan de concerten bad Dylan met de muzikanten van zijn band. "Niemand maakte er bezwaar tegen dat we voor elke show hand in hand in een kring gingen staan en dat er dan iemand een gebed opzei", vertelde een bandlid later.
Het eerste optreden begon met een religieuze toespraak van één van de achtergrondzangeressen. Vervolgens zong het achtergrondkoor een aantal gospels, waarna het licht doofde. Toen de lampen weer aangingen, stond Bob Dylan achter de microfoon, gekleed in een zwart leren jack en een wit t-shirt. Hij zag eruit als een oude rocker, die de boel eens flink op stelten ging zetten. Maar vanaf het eerste nummer, Gotta Serve Somebody, beleed hij openlijk zijn geloof in Jezus Christus. Een groot deel van het publiek reageerde ontzet. Er werd geschreeuwd en gejoeld. Dylan bleef onverstoorbaar en begon aan het volgende lied: I Believe in You.
Die onverstoorbaarheid duurde niet lang. Al snel begon Dylan zijn publiek tijdens concerten te bestoken met tirades over satan, homoseksuelen en ongelovigen. Hij werd boos toen ongeduldige studenten, gekomen voor een avondje rock-'n-roll, hem ergens in Arizona het zingen onmogelijk probeerden te maken. Dylan hield hen vanaf het podium voor dat ze konden "rocken en rollen tot in de hel".
Radicaliteit
Die radicaliteit komen we ook tegen op Dylans religieuze platen. De luisteraar wordt meestal simpelweg voor de keus gesteld: het is God of de duivel, it may be the devil or it may be the Lord. Ongetwijfeld werd Dylan beïnvloed door de preken die hij kreeg te horen in de Vineyard Fellowship, de fundamentalistische groepering die hij bezocht in Californië. Hij was daar terecht gekomen via een bandlid. Naar verluidt nam Dylan de zaak uiterst serieus. Zo zou hij drie maanden lang een bijbelcursus bij de Vineyard hebben gevolgd en liet hij zich ook dopen. Door deze onderdompeling werd Bob Dylan een born-again christian.
De vraag is vaak gesteld, maar blijft intrigeren: hoe was het toch mogelijk dat deze non-conformistische man, schrijver van vlammende protestsongs, zijn heil zocht bij een eeuwenoud geloof. Voor het antwoord moeten we terug naar het begin van Dylans carrière. Daaruit blijkt dat het religieuze element van meet af aan een rol heeft gespeeld in zijn werk. Blowin' in the Wind, het nummer waar Dylan in 1963 bij het grote publiek mee doorbrak, ademt al een vaag-religieuze sfeer. Hetzelfde geldt voor dat andere beroemde lied uit die tijd, The Times They Are A-changing.
Verwonderlijk is die religieuze belangstelling eigenlijk niet, als men bedenkt dat Bob Dylan (wiens echte naam Robert Allen Zimmerman luidt) een nazaat is van joodse immigranten uit Oost-Europa. Hij kreeg geen orthodoxe joodse opvoeding, maar maakte wel kennis met de bijbel en deed in 1954 zijn bar mitswa. De religieuze formules voor de plechtigheid werden hem door een rabbi bijgebracht in een zaaltje boven een saloon. "Daarna ging ik naar beneden om te boogiën", beweerde Dylan naderhand.
Frustraties
Zijn fascinatie voor het spirituele werd in zijn werk explicieter in 1968. In dat jaar verscheen John Wesley Harding, een prachtige sobere folkplaat, met tientallen verwijzingen naar de bijbel. In één van de nummers zingt Dylan dat hij in een droom de heilige Augustinus heeft ontmoet.
Maar een serene plaat maken is één ding, rustig leven is een heel ander verhaal. In de jaren zeventig kreeg Dylan het flink voor zijn kiezen, in zijn privé-leven én als muzikant. Zijn huwelijk liep op de klippen, hij kreeg een afkeer van de roem en zijn platen verkochten niet meer zo goed, een enkele uitzondering daargelaten (Blood on the Tracks bijvoorbeeld, de elpee waarop hij zijn frustraties en spijt over zijn mislukte huwelijk van zich afzingt).
(MP3)
Bob Dylan, spiritueel ontredderd en zwaar drinkend, was aan het eind van de jaren zeventig het spoor bijster en naarstig op zoek naar een anker. Dát was het moment waarop een van zijn achtergrondzangeressen tijdens een tournee met hem sprak over het geloof. Enkele andere bandleden en één van zijn minnaressen bleken eveneens herboren christenen te zijn. En er was meer. Tijdens een concert in San Diego gooide een fan een kruis op het podium. Dylan, gevoelig voor dergelijke 'tekenen', raapte de crucifix op en ging het kruis dragen. De zanger werd 'opgepikt' door de Heer, zoals hij het zelf omschreef, en nam Jezus Christus aan als zijn persoonlijke verlosser.
Missie
Sommige critici hebben gesteld dat de bekering van Dylan een spel is geweest. Hij zou met zijn bekering de vastgelopen verkoop van zijn platen hebben willen stimuleren. Die kritiek lijkt onterecht en wordt onder andere gepareerd door Howard Sounes, een Engelse journalist die in 2001 een veelgeprezen biografie over Dylan publiceerde. "Alles wijst erop dat hij oprecht geloofde in wat hij zong. Uiteindelijk leed hij eronder dat hij zo openlijk voor zijn geloof uitkwam", stelt Sounes.
Van Dylans drie reli-platen werd inderdaad alleen de eerste, Slow Train Coming, commercieel een succes. Hij kreeg bovendien moeite om uitverkochte zalen te trekken. De bewering dat Dylans bekering werd ingegeven door commerciële overwegingen verliest ook aan kracht door de gedrevenheid waarmee de zanger tijdens zijn shows te werk ging en het geloof aanprees. Bovendien spreken de overtuigend gezongen teksten op Slow Train Coming, Saved en Shot of Love boekdelen: we horen iemand die helemaal opnieuw is begonnen, niet achterom kijkt, een missie heeft en daar ronduit voor uitkomt.
Matteüs
Het misschien wel mooiste religieuze nummer dat Dylan heeft geschreven is Every Grain of Sand (elke korrel zand). Dit ontroerende lied staat op de lp Shot of Love en lijkt geïnspireerd op een bijbeltekst uit het Evangelie van Matteüs (10:30): "En de haren van uw hoofd zijn ook alle geteld."
(MP3) Every Grain of Sand onderscheidt zich van het andere reli-werk door zijn milde toon en menselijkheid. Het fundamentalisme heeft hier plaats gemaakt voor nederigheid. Dylan erkent dat de verleiding en de zonde ook voor hem nog steeds op de loer liggen, met alle gevolgen van dien: schuldgevoel, eenzaamheid, verval. Maar in het donkerste uur ziet hij de hand van de Meester en troost zich met de gedachte dat de worsteling met het leven niet onopgemerkt is gebleven: het is gezien en maakt onderdeel uit van het grote Plan, net als de "haren van uw hoofd", de bladeren aan de boom en de zandkorrels op het strand.
Ondergangsvisioenen
Dylan heeft Every Grain of Sand niet zo vaak gespeeld tijdens concerten, al staat het nummer de laatste jaren wel weer geregeld op de setlist. Ook zijn andere gospelsongs doken na 1981 zelden op. De platen die hij in de jaren tachtig en negentig maakte, waren inhoudelijk een stuk aardser dan zijn drie religieuze lp's. Jezus kwam de afgelopen 25 jaar nog maar sporadisch voor in de teksten.
Toch is Dylans recente werk "zeker niet onreligieus", beweert Sjoerd de Jong, de enige Nederlandse Dylan-biograaf. Maar de opgetogenheid en de herwonnen levenskracht door het geloof, destijds culminerend in het gepassioneerde Slow Train Coming, hebben plaats gemaakt voor een somber, door ondergangsvisioenen gedomineerd wereldbeeld. "Zwarte humor, schuld en boete, walging van de moderne tijd", dat zijn nu de vaste elementen in Dylans muziek, stelt De Jong. Wie naar Dylans laatste cd luistert, kan hem daarin alleen maar gelijk geven. (News4all)
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Dit is het eerste deel in een serie over muzikanten en de rol die
geloof speelt in hun muziek en leven.