| Klimaatonderhandelingen: een ongelijk speelveld |
|
|
| door Joy Hyvarinen en Mike Shanahan* | |
| Wednesday, 1 April 2009 | |
|
Met nog minder dan negen maanden te gaan tot de deadline voor een nieuw klimaatakkoord, zijn de voorbereidende onderhandelingen deze week in Bonn van cruciaal belang.
Terwijl alle weldenkende mensen het erover eens zijn dat een nieuwe overeenkomst eerlijk en billijk moet zijn, zijn de onderhandelingen dat bepaald niet. Het risico bestaat dat de gesprekken zich teveel richten op het terugdringen van uitstoot van broeikasgassen, zonder dat er voldoende aandacht is voor de dringende noodzaak voor kwetsbare landen om zich aan te passen aan de klimaatverandering. Als de rijke wereld hier geen oog voor heeft, kunnen de onderhandelingen resulteren in een gebrekkige overeenkomst die last voor de armste en meest kwetsbaren in de wereld nog verzwaart. Onder het huidige Kyoto Protocol zijn met een aantal industrielanden - maar niet met de Verenigde Staten omdat dat land het protocol niet ratificeerde - afspraken gemaakt over het terugdringen van hun uitstoot van broeikasgassen voor 2012. Voor eind december moeten nieuwe regels zijn vastgesteld ter vervanging van het Kyoto Protocol, wil er nog voldoende tijd zijn ze in te voeren voor 2012. Het laatste wat de wereld nodig heeft, is een periode zonder bindende afspraken over reductie van de uitstoot.
Opkomende ontwikkelingslanden
Hoog op de agenda in Bonn staan nieuwe doelen voor zowel industrielanden als opkomende ontwikkelingslanden zoals China en Brazilië. Voor hen zal het vermoedelijk gaan om de eerste bindende afspraken. Het klimaat verandert al, wat betekent dat een bepaalde klimaatimpact onvermijdelijk is, zelfs als er per direct een einde zou komen aan alle uitstoot. We zullen ons dus moeten aanpassen. De impact is in feite al merkbaar in het ruwere en minder voorspelbare weer, de smeltende ijskappen, verblekende koraalriffen en de stijgende zeespiegel. Terwijl we gedwongen worden ons aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering, zijn het vaak degenen die er het minst verantwoordelijk voor zijn - de ontwikkelingslanden en kleine eilandstaten - die het meest kwetsbaar zijn. Maar bij de internationale onderhandelingen wordt de agenda bepaald door de machtigste landen, niet door de kwetsbare staten. Omvang doet ertoe - de grote spelers zijn de rijke, machtige landen - maar het is niet de enige factor die meespeelt in de vergaderzaal. Technische en juridische expertise, evenals onderhandelingsvaardigheid, kunnen een beslissende invloed hebben op de uitkomsten. Dit betekent dat de meeste ontwikkelingslanden al direct met een achterstand beginnen. Zij hebben gebrek aan middelen en mensen die nodig zijn om op gelijke voet te kunnen onderhandelen met de grote spelers.
Te weinig tijd
Tijdens de laatste grote klimaatconferentie in Poznan (Polen), telde de Amerikaanse delegatie tachtig afgevaardigden, terwijl de kleine eilandstaat Kiribati in de Pacific, waar klimaatverandering al een kwestie van overleven is, slechts drie afgevaardigden had en Congo twee.
Dit doet ertoe omdat de onderhandelingen vaak snel in kleine groepjes worden voortgezet om moeilijke kwesties te bespreken. Afgevaardigden van de minst ontwikkelde landen en de kleine eilandstaten moeten zich van de ene naar de andere groep haasten, vaak ’s avonds laat, en krijgen weinig slaap vergeleken met andere delegaties. En dus verliezen ze. Dergelijke landen hebben ook minimale capaciteit en weinig tijd voor cruciale voorbereidingen, terwijl het soms maanden kan kosten om complexe kwesties en hun gevolgen te analyseren en begrijpen. De delegaties van rijke industrielanden ontmoeten elkaar van tevoren om hun onderhandelingsstandpunt te bepalen - en de strategieën om op terug te vallen - gesteund door technische, wetenschappelijk en juridische adviseurs. Hoewel sommige kleine eilandstaten met bijzonder goede onderhandelaars in staat zijn gebleken veel meer invloed uit te oefenen dan op grond van hun gewicht verwacht kon worden, kunnen de meeste kwetsbare landen dat niet. Een klimaatconferentie kan veel hebben aan klimaatbeleidsspecialisten, hooggekwalificeerde wetenschappers, juridische adviseurs en experts op andere terreinen, zoals bosbouw en landbouw, maar de meeste landen hebben eenvoudigweg onvoldoende goedopgeleide mensen en middelen. Daardoor kunnen deze landen kansen missen om invloed uit te oefenen op besluiten die kunnen helpen de armoede te bestrijden, zoals het uitwerken van aanmoedigingsmaatregelen voor landen met regenwouden om degradatie van bosgebieden en ontbossing tegen te gaan, goed voor 17 procent van de antropogene uitstoot van broeikasgassen.
Onderhandelingsmacht
De deal waar regeringen over onderhandelen, moet ook een krachtig en effectief langetermijnplan bevatten om kwetsbare landen te helpen zich aan te passen aan de klimaatverandering. Maar het risico bestaat dat de aandacht zich vooral zal richten op onderhandelingen over uitstootbeperking en al dan niet bindende afspraken daarover, omdat dat de grootste zorg is van de grotere, machtiger landen.
Ondanks hun omvang en beperkte onderhandelingscapaciteit ten opzichte van de veel grotere delegaties, is de Alliantie van Kleine Eilandstaten (AOSIS) erin geslaagd haar stem te laten horen en een leidende rol te vervullen als het gaat om bewustwording van de morele dimensies van de klimaatverandering. Zo heeft ook de vorming van een groep van Minst Ontwikkelde Landen die samen hun onderhandelingsstandpunten bepalen, de startpositie van die landen versterkt. Maar de verschillen in onderhandelingsmacht zijn er nog steeds. En terwijl in VN-verdragen geld beschikbaar is gesteld voor de deelname van ontwikkelingslanden aan de onderhandelingen, zijn de bijdragen vrijwillig en te laag. De Minst Ontwikkelde Landen en de Alliantie van Kleine Eilandstaten hebben hulp van andere landen nodig om zeker te zijn van een eerlijke balans tussen uitstootbeperking en aanpassingszorgen. Sommige mensen zullen zeggen dat de huidige situatie eerlijk is en dat het niet vreemd is dat grote, rijke landen meer te zeggen hebben. Anderen zullen beweren dat het nodig is dat internationale onderhandelingen op een gezamenlijke agenda gebaseerd moeten zijn om wereldwijde oplossingen te bereiken voor iedereen. Welk gezichtpunt je ook hebt, het speelveld blijft ongelijk.
Foto (cc) Piotr Fajfer / Oxfam International
________________________________________________________________________________ *Joy Hyvarinen is directeur van de Foundation for International Environmental Law and Development. Mike Shanahan is perswoordvoerder van het International Institute for Environment and Development. Dit is een vertalng en lichte bewerking van een artikel dat eerder verscheen op ChinaDialogue.net. 'Klimaatonderhandelingen: een ongelijk speelveld' is gepubliceerd onder Creative Commons-licentie. Het artikel mag voor niet-commerciële doeleinden en met bronvermelding worden overgenomen in andere publicaties.
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|






Landen zijn deze week bijeen in Duitsland om te praten over een nieuw raamwerk tegen klimaatverandering, de opvolger van het Kyoto Protocol. De meest kwetsbare landen krijgen daarbij geen eerlijke kans, vinden Joy Hyvarinen en Mike Shanahan.