De ene vraag is de andere niet Afdrukken E-mail
door Boele B. Ytsma   
Wednesday, 14 January 2009

slot.jpgOnlangs kreeg ik van een lezer van mijn blog de vraag voorgelegd wie ‘de Here Jezus voor mij persoonlijk’ is. Dat is een mooie vraag. Het daagt mij uit om woorden te geven aan wat ik niet makkelijk in woorden kan vatten: de betekenis van Jezus in mijn leven van alledag.

Geen theologische concepten, geen volzinnen uit oude geloofsformulieren, maar in mijn eigen taal iets zeggen over hoe de verhalen en woorden van Jezus betekenisvol worden in mijn leven. Ik herinner me dat ook Andries Knevel mij een soortgelijke vraag stelde: ‘wat betekent het kruis voor jou?’ Als ik dan inderdaad niet de voorgebakken antwoorden uit theologische handboeken wil opdiepen wordt het al snel een stotterend zoeken. Toch is het goed dergelijke vragen gesteld te krijgen omdat het helpt om ook zelf die betekenis weer te gaan zien.

Toch voel ik ook, moet ik eerlijk bekennen, enige aarzeling bij de beantwoording van deze vragen. De vraag kan immers open gesteld zijn met een oprechte belangstelling voor wat er in mijn leven zichtbaar wordt van Jezus; maar de vraag kan ook gesteld worden uit argwaan of wantrouwen. Wie, zoals ik, niet alleen maar de bekende woorden en beelden gebruikt in artikelen en preken, wie andere accenten wil leggen in de uitleg van de bijbel, kan de verdenking op zich laden ‘er om heen te draaien’. Iemand die dan zeker wil weten of je wel ‘recht in de leer bent’ kan met de vraag: ‘maar wie is Jezus nou werkelijk voor jou?’ ook een soort examenvraag stellen. En wie dan niet de woorden ‘verzoening’, ‘offer’ en ‘vergeving’ in de juiste volgorde plaatst zakt voor het examen en valt door de mand als een ketter. Ik heb het meegemaakt.

De vraag op de eerste manier gesteld is wat mij betreft precies wat we in de kerk doen of zouden moeten doen: samenkomen rond een geopende bijbel. Ons leven laten raken door de verhalen van God met mensen. En dan de vraag stellen: gaan die verhalen ook over mij? Spreekt Jezus ook tot mij als hij roept: ‘volg mij’? Dat is tenslotte niet vanzelfsprekend. De verhalen kunnen ook verhalen blijven, buiten mij. Oude verhalen, verhalen uit vreemde culturen. Maar in de kerk stellen we elkaar bij die verhalen precies deze vraag: wat betekenen ze voor je? Zetten ze je in beweging? Ga je het Koninkrijk zoeken? Het stellen van deze vragen is het wezen van kerk-zijn - in de kerk stellen we vragen.

De vraag op de tweede manier gesteld is vaak heel anders bedoeld. Het wordt dan een toegangscode, waarbij de deur naar de kerk (of het heil) alleen opengaat als je de juiste antwoorden geeft. De kerk is dan niet meer de plek waar gevraagd wordt naar de betekenis van de bijbel, of de betekenis van het woordje God, of de betekenis van Jezus – de kerk is dan de plek waar we elkaar de antwoorden steeds weer opnieuw toeroepen en toezingen. Een kerk die alleen open gaat voor wie de code kent. Van zo’n kerk word ik bang. Zo’n kerk kent dichte deuren – die alleen opengaat met de juiste code -, zo’n kerk kent vragen die niet gesteld mogen worden en antwoorden die onaantastbaar zijn geworden. In zo’n kerk zijn twijfelaars niet welkom. Zo’n kerk kent niet de vrijheid van het zoeken en vinden. Het is een kerk van beton.

Ik zal eens vragen hoe mijn vraagsteller zijn vraag heeft bedoeld.

_________________________________________________________________________________

Boele P. Ytsma is pastor in de Gereformeerde Kerk van Siddeburen. Bekijk hier zijn weblog.

 



 
Volgende >