Het alternatief van de alternatieven Afdrukken E-mail
door Evgeny Morozov   
Monday, 29 December 2008

Demonstratie in Athene (cc) EndiaferonDe ‘alternatieve media’, early adopters van webtechnologie, worden ingehaald door hyperindividuele burgerjournalisten. De recente rellen in Griekenland laten dat zien, zegt mediaconsultant Evgeny Morozov. Is de rol van netwerken als Indymedia uitgespeeld? 

Wat de impact ook mag zijn op de binnenlandse politiek in Griekenland, de jongerenrellen eerder deze maand  in Athene en andere Griekse steden, waren in ieder geval een drijvende kracht achter een nieuw wereldwijd fenomeen: het netwerkprotest.
 
Hoewel het niet de eerste keer was dat internet de planning en uitvoering van protestacties effectiever maakte, was het vermoedelijk wel de eerste keer dat een vooral plaatselijke kwestie solidariteitsprotesten uitlokte op het hele continent. Sommige van die protesten vonden plaats op initiatief van de Griekse diaspora, maar veel andere werden geleid door ontevreden jongeren die sympathiseerden met de Griekse jongeren.

Internet speelde hierbij een cruciale rol. Amateurfoto’s en video’s werden vrijwel direct online gezet door de deelnemers aan de protesten. Wie die de acties via blogs en sociale netwerksites volgde, kreeg de illusie op afstand mee te doen. Of internet bijdroeg aan de werving van nieuwe demonstranten is de vraag; het ging tenslotte om een nationale kwestie die moeilijk iemand ontgaan kon zijn, of hij zijn tijd nu online of offline doorbracht.

De rol die internet speelde bij het ontstaan van protesten buiten Griekenland, was prominenter. Het web maakte het mogelijke voor demonstranten om grensoverschrijdende netwerken te vormen, campagnes beter te coördineren en om protestactiviteiten - hoe klein ook - in het nieuws te houden. De meeste van die netwerken zijn waarschijnlijk geen lang leven beschoren. Het zou zelfs heel goed kunnen dat de meerderheid van de 150.000 mensen die zich aanmeldden bij de Facebook-groep, die groep ook weer verlaten als de protesten voorbij zijn. Toch was het op korte termijn effectief en gaf het een indruk van hoe de transnationale, publieke netwerkruimte eruit kan zien.

Revolutionaire bewegingen

Demonstratie in Athene (cc) EndiaferonDat zoveel radicalen het web omarmen op zoek naar een wereldwijd platform, is niet verrassend. Al sinds de begindagen van internet trok het medium revolutionaire bewegingen aan. Van de anti-Milosovicgroepen in Servië eind jaren negentig tot de Zimbabwaanse oppositie in 2008, de democratische protestbewegingen experimenteerden met internet. Dat deden ze in de hoop dat het medium extra mogelijkheden zou bieden om protesten te organiseren en vol te houden.

Enkele van die pogingen - in het bijzonder die waar technologie een belangrijke rol speelde, zoals bij de Oranjerevolutie in 2004 in Oekraïne - trokken in het bijzonder de aandacht van beleidsmakers en academici. Zo onderzoekt Patrick Meier voor het Berkman Center for Internet and Society momenteel met behulp van econometrische modellen hoe internettoegang zich verhoudt tot politieke instabiliteit. Meier constateerde dat betere beschikbaarheid van mobiele telefonie het (in ieder geval volgens het publiek) waarschijnlijker maakt dat een regering op gewelddadige wijze omver wordt geworpen.

Hoewel ze erg nuttig zijn bij de analyse van door technologie aangestuurde democratische veranderingen in autoritaire samenlevingen, geven de modellen van het type dat Meier hanteert nog steeds weinig inzicht in de rol die internet speelt bij het stimuleren van protesten in landen zoals Griekenland. Erachter komen welke rol internet speelt bij het aanzwengelen en in stand houden van gewelddadige onrust in beter bedeelde, democratische samenlevingen - waar het web normaal gesproken gemarginaliseerde en linkse groepen stimuleert - is een puzzel voor veel internetonderzoekers.

De oplossing voor deze puzzel kan in het bijzonder interessant zijn voor verschillende wereldwijde bewegingen die ernaar streven onderdrukten en ontevredenen van deze wereld te verenigen tot wat Lenin en Trotski niet lukte in 1917: een wereldrevolutie. De antiglobaliseringsbeweging is zeker een van die bewegingen.

Wie de rellen echter nauw heeft gadegeslagen via internet, kan echter niet anders dan concluderen dat de antiglobalisten - die doorgaans snel verdacht zijn bij luidruchtig openbaar protest - nauwelijks zichtbaar waren in de virtuele ruimte. Dit kan een strategisch zijn geweest: ze opereerden misschien liever achter de schermen om publiciteit te mijden. Een andere verklaring is ook mogelijk: professionele antiglobalisten zijn eenvoudigweg ingehaald door de duizenden ‘freelance radicalen’ die op behendige wijze gebruik maken van internet. Zij hebben de wat humeurige antiglobalistische media niet nodig. Dat roept veel vragen op over het nut en de toekomstige rol van die media.

Avant-garde

Vanouds waren de antiglobalisten en hun vroegere nationale voorlopers altijd zeer mediabewust, of dat nu om oude of nieuwe media ging, en altijd stonden ze open voor de laatste gadgets en trends. Van clandestiene radiostations die de bevrijdingsbeweging in El Salvador ondersteunde in de jaren tachtig, tot het geflirt van de Zapatista’s met internet in de jaren negentig, Che Guevara’s erfgenamen liepen voorop op het gebied van media-innovatie.

Zodra internet wijdverbreid raakte, vonden de antiglobalistische activisten uit de hele wereld elkaar via dit gigantische netwerk. Het lag voor de hand om het digitale netwerk te gebruiken om een snel en goedkoop verslaggeversnetwerk op te zetten. Het meest indrukwekkende resultaat, het Independent Media Center - Indymedia, zag het licht na de demonstraties tijdens de top van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 1999 in Seattle. Indymedia kreeg vrijwel direct een cultstatus binnen de antiglobaliseringsbeweging. Het netwerk voorziet vrijwilligers van apparatuur, geeft het mediatrainingen en helpt om onderbelichte verhalen onder de aandacht van het publiek te brengen. Seattle zette een renaissance voor de alternatieve media in gang, mede door de vele protesten rond bijeenkomsten van de WTO en de G8 (de rijke industrielanden) die in de jaren daarna volgden.

Nieuwe rol

Anno 2008 is rol van dergelijke initiatieven minder duidelijk. Wat in 1999 nieuw leek, lijkt nu onnodig hiërarchisch en gecentraliseerd. Naar aanleiding van de protesten deden Griekse bloggers en burgerjournalisten hun verhaal voor belangrijke Amerikaanse en Europese tv-zenders. Daarvoor hadden ze geen speciale apparatuur nodig, alleen mobiele telefoons en laptops. En ze hadden zeker geen nieuw platform nodig om vast te leggen wat ze dachten en zagen. Ze hadden hun eigen weblogs en Twitter-accounts om verslag te doen.

Nu er zoveel materiaal van het actiefront elders wordt geproduceerd, raken de antiglobalistische media uit beeld en moeten zij een nieuwe rol voor zichzelf vinden. Het creëren van overzicht in de talloze amateurfoto’s, video’s en comments die de demonstranten online zetten, zou een waardevolle bijdrage kunnen zijn. Met de duizenden video’s die op YouTube werden geplaatst, de foto’s op Flickr en daarnaast de blogs en Twitterberichten die over het web zwierven, was het voor Grieken en buitenlanders die de berichtgeving probeerden te volgen, vrijwel onmogelijk om een goed beeld te krijgen van wat er gaande was. Hoewel Indymedia en diverse andere antiglobalistische publicaties bij het begin van de rellen wel wat materiaal verzamelden, duurde dat maar even. Het wereldwijde publiek moest het stellen zonder de ‘curator’ die het zo nodig had.

Invloed van het individu

De situatie van Indymedia is niet uniek. Ook andere, veel minder radicale instituten - overheden, niet-gouvernementele instellingen (ngo’s), denktanks - hebben moeite met dezelfde uitdaging. Zij hebben geen antwoord op het snel verschuivende machtsevenwicht tussen individu en instituut. Een verschuiving die door internet wordt geforceerd. In de huidige netwerkwereld is een individu met een laptop en een internetverbinding vaak invloedrijker en vindingrijker, dan een organisatie met twintig man personeel en een fax twintig jaar geleden was. Het lijkt erop dat we in een tijdperk zijn beland waarin de grote voordelen die organisaties in het verleden hadden, nu hun grootste blok aan het been zijn.

De niet eerder vertoonde mogelijkheden van het web om bronnen te ontsluiten, mensen te mobiliseren en geld in te zamelen, hebben al pijnlijk zelfonderzoek in gang gezet bij veel hiërarchische, goed bemande, budgetafhankelijke organisaties die steeds onzekerder worden over hun toekomstige rol. De traditionele media zien langzaamaan in dat zij een toegevoegde waarde kunnen hebben als het gaat om het verzamelen en presenteren van informatie. Zo zullen ook andere instituten, antiglobalistisch of niet, keuzes moeten maken. Zij moeten niet zozeer hoofdkwartieren zijn, maar eerder netwerkpunten van sociale verandering. Verandering die steeds vaker door individuen in gang gezet zal worden. (News4all/OpenDemocracy)
 
Gerelateerd:
Sociale netwerken verslaan aanslagen in Mumbai
http://www.news4all.net/content/view/723/ 

_________________________________________________________________________________

ccsmall.pngEvgeny Morozov is consultant nieuwe media en werkt aan een boek over autoritaire regimes en nieuwe media. Dit artikel is gepubliceerd onder Creative Commons-licentie. Het mag  voor niet-commerciele doeleinden en met bronvermelding worden overgenomen in andere publicaties. Lees hier onder welke voorwaarden. 

Met dank aan OpenDemocracy.com
Foto's (cc) Endiaferon / Flickr.com

Dossier(s): Globalisering  Internet  Media 

 
< Vorige   Volgende >