|
Fotograaf Ernest Withers documenteerde de geschiedenis van zwart Amerika.
Beroemd werden zijn foto's van Martin Luther King en jazz- en
bluesartiesten. Deze week overleed hij op 85-jarige leeftijd.
Ernest Withers wordt gezien als een van de belangrijkste Amerikaanse fotografen van de twintigste eeuw. Hij documenteerde leven - en dood - in het gesegregeerde zuiden van Amerika vanaf de Tweede Wereldoorlog tot heden en was goed bevriend met dr. Martin Luther King. Withers overleed op 15 oktober 2007 en werd begraven in zijn geboortestad Memphis.
Withers, geboren op 7 augustus 1922, maakt zijn eerste foto in zijn tienerjaren met de Brownie van zijn zuster. Hij leert de grondbeginselen van de fotografie tijdens de Tweede Wereldoorlog als hij wordt gevraagd een gepromoveerde legerfotograaf te vervangen. In de oorlog legt hij zich toe op het fotograferen van genietroepen die bruggen bouwen en militaire vliegvelden aanleggen. Na de oorlog werkt hij eerst als freelancer, vooral voor zwarte kranten in Memphis. Vanaf 1948 maakt Withers, die op dat moment nog niet van de fotografie kan rondkomen, deel uit van het politiekorps van Memphis. Hij behoort tot de eerste negen zwarte mannen die in het korps worden opgenomen.
Doorbraak
Na drie jaar verlaat Withers de politie en begint een eigen fotostudio in Bealestreet, de fameuze winkel- en uitgaansstraat in Memphis. Hij beleeft zijn doorbraak in september 1955 als hij als enige fotograaf aanwezig is bij het proces tegen twee blanke mannen die in Sumner, Mississippi, door een volledig blanke jury worden vrijgesproken van de moord op Emmett Till, een zwarte tiener die naar een blanke vrouw zou hebben gefloten.
Withers, wiens over-over-grootvader door blanken is gelyncht, volgt de zwarte burgerrechtenbeweging daarna op de voet. Zo is hij in 1968 getuige van de staking van zwarte schoonmakers in Memphis. De stakers demonstreren tegen de slechte behandeling die zij krijgen van hun blanke bazen. Withers fotografeert de stakers terwijl ze massaal borden omhoog houden met de tekst: I Am a Man.
De staking van de schoonmakers is de laatste demonstratie die wordt geleid door dr. Martin Luther King. King wordt kort daarna, op 4 april 1968, doodgeschoten op het balkon van het Lorraine Motel in Memphis. Withers was goed bevriend met de dominee en heeft hem meermaals gefotografeerd. Een van zijn bekendste foto's van King schiet hij in 1966, na afloop van de March Against Fear, eveneens in Memphis. Op de foto zien we King liggend op zijn hotelbed, een krant lezend die in grote letters zijn naam op de voorpagina heeft afgedrukt. De dominee kijkt wat ongemakkelijk, alsof hij de toekomst vreest.
Na de moord op King weigert Withers van zijn bevoorrechte positie gebruik te maken. Als vriend van de vermoorde dominee, heeft hij toegang tot het motel en het mortuarium waar Kings geschonden lichaam naar toe is gebracht. Withers draagt zijn camera bij zich, maar besluit die niet te gebruiken. "He refused to take pictures. He could have made a lot of money on something like that, but he didn't want his image to go out like that", verklaart Withers zoon Billy na het heengaan van zijn vader.
Nachtleven
De foto's van Withers verschijnen na zijn doorbraak in vooraanstaande bladen als Newsweek, Time Magazine en The New York Times. Naast de burgerrechtenbeweging volgt Withers nauwgezet de zwarte honkbalcompetitie, de negro baseball league. Donker gekleurde honkballers mogen in die tijd nog niet uitkomen in de belangrijkste Amerikaanse honkbalcompetities, de major leagues, maar dankzij de foto's van Withers maakt het blanke publiek kennis met (en krijgt het bewondering voor) legendarische spelers als Willie Mays en Jackie Robinson.
Ook documenteert Withers het straat- en nachtleven in Bealestreet, vóór de opkomst van het massatoerisme. Hij is bijvoorbeeld dikwijls aanwezig bij de huwelijken, begrafenissen en feesten van de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap en legt daarmee een belangrijk deel van het culturele leven in het zuiden vast. Voor zijn lens verschijnen bovendien tal van beroemde zwarte jazz- en bluesartiesten, onder wie Ray Charles, Sam Cooke, Ike and Tina Turner, Aretha Franklin, Chuck Berry en Otis Redding. In 1956 fotografeert hij een jonge Elvis Presley, arm in arm met B.B. King in een bluesclub in Memphis. In datzelfde jaar is Withers in Montgomery, Alabama, waar de zwarte inwoners, geïnspireerd door burgerrechtenactiviste Rosa Parks, weigeren in de bus hun zitplaats aan blanken af te staan, zoals de wet voorschrijft.
Ernest Withers is een gedreven fotograaf, een man met een "twinkle in his eye and a bounce in his step" die zelden zonder camera op pad gaat. Een vriend karakteriseert hem na zijn dood als een man met een "burning desire to shoot pictures". Withers beschikt ook over het journalistieke talent om op het juiste moment op de goede plaats aanwezig te zijn. "One of the most truthful forms of recording history is through photography, and Ernest was always there", zegt Maxine Smith, voormalig secretaris van de burgerrechtenorganisatie NAACP in Memphis, na Withers dood. "He seemed to have a special sense of being where the integrity of the camera was needed. He wrote history with his film and with his genius as a photographer."
Hoofdconservator Jacquelyn Serwer van het toekomstige National Museum of African-American History and Culture in Washington, laat na Withers overlijden weten dat zij graag een deel van zijn collectie in de vaste opstelling wil tentoonstellen. "He's a major figure in several fields of photography."
Processie
Dat Withers niet alleen een bekende fotograaf, maar ook een geliefd mens was, blijkt tijdens zijn uitvaart op zaterdag 20 oktober. De vier uur durende rouwdienst in de pentecostal church wordt bijgewoond door maar liefst duizend belangstellenden. Tal van sprekers wijzen op Withers zachtmoedige karakter en grote hulpvaardigheid. Na de dienst vertrekt de rouwstoet voor een processie door de stad, waarbij zelfs het openbare leven in Bealestreet tijdelijk tot stilstand komt. De processie eindigt bij Elmwood Cemetery, waar Withers, vergezeld van zijn camera, zijn laatste rustplaats vindt.
De rouwstoet wordt begeleid door de politie en voorafgegaan door een traditionele, vijfkoppige brassband. De blazers - zwart, alle vijf op leeftijd - lopen langzaam voor de auto's uit, onderwijl treurmarsen spelend. Bij het passeren van Withers laatste fotostudio op Bealestreet 333 klinkt de melodie van het lied Precious Lord, Take My Hand.
Langs de weg vragen sommige toeschouwers zich af wie er eigenlijk begraven wordt. "Dit is Withers, de beroemde fotograaf die Elvis en King op de foto zette. Echt een belangrijke man, vooral voor de zwarte bevolking van Amerika", luidt het antwoord van een van de omstanders.
Withers is een van hen en dat laten de zwarte inwoners van Memphis merken. Als de rouwstoet bijna op de hoek van Bealestreet en 3rd Street is gearriveerd, komt een jonge zwarte barkeeper uit het café waar hij werkt. De jongen neemt zijn pet af en kijkt zwijgend naar het passeren van de stoet. Daarna gaat hij weer aan het werk.
Als de stoet de hoek van Bealestreet is omgeslagen, herneemt het alledaagse leven in deze straat zijn gang, zonder de lijfelijke aanwezigheid van Withers. Een vreemd idee, zeker voor zijn generatiegenoten. Een van hen, een goede vriend uit de straat, heeft de aanwezigen in de rouwdienst getroost met de opmerking dat Withers ondanks zijn dood voor altijd aan Bealestreet blijft verbonden, "because his spirit was on Bealestreet".
Bovendien, zo heeft de Memphis Flyer eerder in de week al opgemerkt, leeft Withers voort in de foto's die hij heeft gemaakt. Die foto's vormen zijn belangrijkste erfenis, aldus het weekblad. (News4all)
Foto: Auke Zeldenrust
Met dank aan: Hendrik Koebrugge
Dossier(s):
Fotografie
Mensenrechten
Verenigde Staten
|