|
Dertig jaar na het begin van Deng Xiaopings economische hervormingen, heeft China iets te vieren, vindt Leo Horn. Maar kunnen ontwikkelingslanden echt iets leren van het bejubelde Chinese model?
Deze week vierde China de dertigste verjaardag van de economische hervormingen die in gang werden gezet door Deng Xiaoping. Er waren goede redenen voor een feestje. Dertig jaar geleden was China een geïsoleerd land dat ongeveer even arm was als Malawi. Tegenwoordig speelt het land mee in de ‘eredivisie’: de Chinese economie groeide explosief en is nu de vierde in de wereld (als de yuan redelijk gewaardeerd zou worden, zou het land stijgen naar de tweede plaats, nog voor Japan). Tweehonderd miljoen mensen wisten aan de armoede te ontsnappen. China heeft 1,75 biljoen dollar in de schatkist en groeide uit tot het belangrijkste handelsland en een belangrijke bestemming voor buitenlandse directe investeringen.
Het is begrijpelijk dat deze ontwikkeling een inspiratie is voor mensen elders in de wereld. Ontwikkelingsexperts en ideologen van diverse pluimage loven het “Chinese ontwikkelingsmodel” als onomstotelijk bewijs voor hun ontwikkelingstheorieën. En leiders van ontwikkelingslanden kijken naar China, op zoek naar oplossingen voor hun eigen ontwikkelingsproblemen.
Van Venezuela tot Vietnam, overal baart het Chinese model opzien. Iran, Syrië en andere landen in het Midden-Oosten nodigden Chinese experts uit om hoge ambtenaren en academici uit te leggen hoe het moet. En voormalig premier Zhu Rongji stuurde na een bezoek van Raúl Castro een van zijn stafchefs naar Cuba om honderden Cubaanse leiders bij te spijkeren over sociale en economische hervormingen.
China heeft kennelijk iets goed gedaan. Er bestaat bijvoorbeeld weinig twijfel over dat de nadruk op exportgeoriënteerde groei en geleidelijke liberalisering van prijzen, gecombineerd met een open regime voor buitenlandse investeerders van groot belang zijn geweest voor de sterke en langdurige economische groei. Hoge spaartegoeden, investeringen in grootschalige ontwikkeling van infrastructuur, snelle verstedelijking en een goed investeringsklimaat waren ongetwijfeld ook sleutelelementen voor economisch succes.
Maar of uit de optelsom van alle strategische besluiten en afwegingen van de afgelopen dertig jaar een volledig ontwikkelingsmodel rolt, is de vraag. De term “Chinees model” impliceert in ieder geval drie dingen: succes, herhaalbaarheid en een bewust design. Op alledrie punten is nog ruimte voor een gezonde discussie.
Ontwikkelingsland
De Chinese verdiensten moeten in perspectief gezien worden. De economische prestaties in de afgelopen dertig jaar waren in feite minder indrukwekkend dan die van de Oost-Aziatische buren (zoals Japan en Zuid-Korea) in vergelijkbare groeistadia. Dat is niet verrassend, gezien de overeenkomstige uitgangsituatie en het gevolgde beleid (bijvoorbeeld, een hoog onderwijsniveau, landhervorming, exportoriëntatie, selectieve staatssteun aan belangrijke industrieën, spaarzaamheid en een overvloed aan gedisciplineerde werknemers.
Een belangrijke factor is dat de ecologische crisis in China, de groeiende sociale ongelijkheid en wijdverbreide corruptie, het economische succes hinderen. Op al deze gebieden is de situatie verslechterd en dat ging hand in hand met de economische hervormingen. Het gevolg is wijdverbreide ontevredenheid die dreigt de toekomstige groei te ondermijnen. China is nog steeds een ontwikkelingsland. Het inkomen per hoofd van de bevolking ligt lager dan in Botswana of Angola en tweederde van de Chinezen heeft geen ziektekostenverzekering. China staat nog voor grote uitdagingen. Hoe het land in de toekomst met die uitdagingen omgaat, is de echte test voor succes.
Unieke situatie
De vraag is hoeveel van de Chinese ervaring geëxporteerd kan of moet worden. “Economische vrijheid en politieke repressie” is een veelgehoorde, korte beschrijving van het “Chinese model”. De suggestie dat dit kan dienen als een blauwdruk voor autoritaire regimes is misleidend en gevaarlijk. Relatieve culturele homogeniteit en een waardensysteem gericht op handhaving van de orde en het bewaren van sociale harmonie boven het geven van ruimte aan individuele belangen, verschafte de fundering voor een sociaal contract waarin economie zegevierde over politieke vrijheden.
De unieke Chinese situatie, qua omvang en geschiedenis van het land, helpt ook de economische groei te begrijpen. China was in het verleden meermalen een economische supermacht. Nog in 1820 was het land goed voor 30 procent van het wereldwijde bruto nationaal product. Als we de huidige ontwikkelingen in het licht van de geschiedenis zien, zien we een terugkeer naar een vroegere trend: China doet wellicht niet veel meer dan zijn rechtmatige plaats tussen de supermachten opeisen. Alleen de omvang van het land heeft al een belofte in zich: de gigantische, sluimerende bron van goedkope arbeid en een markt van meer dan een miljard consumenten, maken China onweerstaanbaar voor internationaal kapitaal.
Leren door te doen
Wat het allerbelangrijkste is, is dat het concept van een “Chinees model” geen ruimte laat voor het belangrijkste ingrediënt van het Chinese economische succes: serendipiteit. China bewandelde niet zozeer een vooraf uitgestippelde weg van economische ontwikkeling, maar improviseerde gaandeweg. Het leerde van experimenten en reageerde flexibel en pragmatisch op onverwachte uitkomsten en onvoorziene omstandigheden, in overeenstemming met Dengs motto om “de rivier over te steken door de stenen af te tasten ”.
Alle belangrijke beleidsveranderingen in China zijn het gevolg geweest van een proces van vallen en opstaan op plaatselijk niveau. Succesvolle experimenten werden vervolgens opgeschaald en over het hele land uitgerold. De oprichting en het succes van vier speciale economische zones in de jaren tachtig, was een cruciale voorbereiding op de markthervormingen die daarna volgden. Zo werd ook de faillissementswet eerst uitgeprobeerd in één provincie, voordat hij werd aangenomen op nationaal niveau. Het gefaseerd loslaten van de prijzen via een systeem waarbij sommige prijzen volgens plan vastgesteld werden en andere door de vrije markt, is een ander voorbeeld van succesvol pragmatisme.
Domino-effect
Verandering werd ook aangezwengeld vanaf het grondvlak. Bijna alle ontwikkelingen op het Chinese platteland ontstonden uit innovatie op plaatselijk niveau. Toen men in Fenyang, in de provincie Anhui, de Partijgebruiken doorbrak door landbouwcommunes op te heffen en individuele boeren de mogelijkheid te geven hun overschotten op de markt te verkopen, had dat een domino-effect in de rest van het land. In 1983, slechts een paar jaar later, werkte 98 procent van de boerenhuishoudens via het nieuwe systeem.
Een soortgelijke ontwikkeling was te zien bij de razendsnelle opkomst van kleine bedrijven in steden en dorpen, in de jaren tachtig. Die ontwikkeling verraste iedereen, Deng incluis (zo gaf hij zelf toe). In de jaren negentig waren deze bedrijven uitgegroeid tot de ruggengraat van de plattelandseconomie. Ze zorgden in 1993 voor 58 procent van de werkgelegenheid op het platteland, zorgden voor financiering van lokale publieke middelen en zetten vaart achter de ontwikkeling van het kredietsysteem op het platteland.
Er zijn zeker waardevolle lessen te trekken uit de Chinese ervaring met economische hervorming in de afgelopen dertig jaar. Maar de Chinese benadering is wellicht interessanter dan het eigenlijke beleid.
China hield niet zozeer vast aan een intellectueel consistent en ideologisch afgebakend model van economische ontwikkeling, maar liet zich leiden door pragmatisme en een benadering waarin verandering stukje bij beetje werd ingezet een gemanaged. De Chinese hervormers waren zo wijs om een stap terug te doen en ruimte te geven aan experimenten en lokale initiatieven en om het onontkoombare gelukselement slim te omarmen en te gebruiken. Als er een les is te leren, dan is het om open en pragmatisch te zijn als het om hervormingen gaat.
_________________________________________________________________________________
Leo Horn is nationaal coördinator voor de Brits-Chinese Sustainable
Development Dialogue en oprichter van EnAct 21, een consultancybureau
dat zich richt op het bevorderen van duurzame ontwikkeling door
diplomatie. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en
weerspiegelt niet noodzakelijkerwijs de visie van de Britse regering.
Dit artikel is gepubliceerd onder Creative Commons-licentie. Het mag voor niet-commerciele doeleinden en met bronvermelding worden overgenomen in andere publicaties. Lees hier meer over de voorwaarden.
Foto (cc) Daniel Wayne Amstrong / Flickr.com
Met dank aan: ChinaDialogue
Dossier(s):
China
Economie
Ontwikkeling
|