| De magie van het schrift |
|
|
| door Huub Mous | |
| Tuesday, 23 September 2008 | |
|
Zelf heb ik ook jarenlang een dagboek bijgehouden, maar bij het teruglezen merkte ik dat ik vrijwel alles vergeten was, juist omdat ik het had opgeschreven. Ik durf dan ook met een gerust hart de stelling te poneren, dat mensen dingen niet opschrijven om te onthouden, maar om te vergeten. Zodra iets op papier staat, wordt de inhoud van het genoteerde uit het geheugen gewist. Schrijven is primair een ontlasting van het brein. Letterlijk zelfs. Wie schrijft is aan de schijterij. Door te schrijven worden de mentale ingewanden gereinigd. Wat resteert is het opgeluchte gevoel dat ook een goede stoelgang teweeg kan brengen. Ik ben dan ook opgehouden om dingen te noteren om het geheugen ter wille te zijn. Wat ik wil onthouden, probeer ik zo goed mogelijk in me op te nemen. Daarom lees ik ook tamelijk langzaam. Het is altijd van belang dat je weet waar je iets terug kunt vinden. Markeer dus de vindplaats, bijvoorbeeld door een potloodstreep te zetten onder een belangwekkende zin die je wilt onthouden. Als de passage zeer belangrijk is, dan vouw ik een ezelsoor in de pagina. Zo hoef ik van een boek dus nooit een uittreksel te maken. In grote lijnen sla ik de dingen op in mijn hoofd. Als ik iets wil teruglezen zoek ik de markeringen met de ezelsoren en op microniveau volgen tenslotte de potloodstrepen. Exorcisme
Soms denk ik wel eens dat het schrijven door de mens is uitgevonden vanuit een behoefte om te vergeten. Het geheugen heeft zich niet geformeerd bij de geboorte van het schrift, maar omgekeerd: de eerste schrifttekens waren rituele markeringen die bedoeld waren om een geestelijke inhoud uit het brein te verdrijven. Het schrift is ontstaan uit een diep gevoelde drang om de ‘demonen van de
geest’ uit te drijven. Het schrift is dus in wezen een exorcistisch ritueel. Deze magische oorsprong van het schrift lijkt door sommige antropologische ontdekkingen bevestigd te worden. De eerste tekens stonden in dienst van de tovenarij. Het teken zuigt iets van de geest in zich op om een ‘betekenis’ te kunnen worden en al zodanig aan het brein te ontsnappen.
Voordat het eerste teken kon gaan ‘betekenen’, moest er een brug geslagen worden tussen de binnenwereld van de mens en iets dat zich daarbuiten zou bevinden. Of beter gezegd, met iets dat door het betekenen van het teken een ‘buiten’ werd. Een teken slaat geen brug tussen de geest ‘binnen’ en het betekende ‘buiten’, maar de brug zelf is gedeeltelijk ook geest. Het proces van het betekenen is in oorsprong magisch. In het teken wordt iets van de geest naar buiten geworpen. De act van de taal is een ‘extasis’. Het teken steekt uit in de wereld. De geest komt uit de fles. Tekenen is betekenen, dat wil zeggen: het beheksen van de wereld met taal. Night of the Demon
In de film Night of the Demon (1957) speelt dit gegeven een cruciale rol. Het verhaal is simpel. Een Amerikaanse professor bezoekt een congres in Londen dat gaat over paranormale kwesties. Bij aankomst blijkt dat een collega zojuist op raadselachtige wijze is overleden. De Amerikaan komt op het spoor van een mysterieuze sekte die duivels aanbidt en iets met van doen heeft met Stonehenge (het Lourdes van de prehistorie). Deze sekte schijnt verantwoordelijk te zijn voor meerdere moorden. Filmpje (Kate Bush in Night of the Demon) Deze bijdrage verscheen ook op het weblog van Huub Mous
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|






Lang heb ik gedacht dat je iets op moet schrijven, als je het wilt onthouden. Veel mensen denken nog altijd dat dit zo is. Zo maken ze aantekeningen van alles en nog wat. Sommigen houden zelfs een dagboek bij om te voorkomen dat ze vergeten wat ze meegemaakt hebben.
geest’ uit te drijven. Het schrift is dus in wezen een exorcistisch ritueel. Deze magische oorsprong van het schrift lijkt door sommige antropologische ontdekkingen bevestigd te worden. De eerste tekens stonden in dienst van de tovenarij. Het teken zuigt iets van de geest in zich op om een ‘betekenis’ te kunnen worden en al zodanig aan het brein te ontsnappen.
Wanneer de professor ontdekt wie de leider van de sekte is, roept deze een vloek over hem af door een stukje perkament met runentekens in zijn papieren te stoppen. De professor realiseert zich dat hij het magische schrift moet kwijtraken en moet terugbezorgen bij de afzender. Alleen op die manier kan hij de vloek nog ontlopen. Dat laatste lukt uiteindelijk met fatale afloop voor de boosdoener die het stukje perkament ziet wegvliegen op een spoorbaan en door toedoen van de demon gruwelijk aan zijn einde komt.