|
Winst, verlies en urgentiebesef |
|
|
|
door Boele P. Ytsma
|
|
Thursday, 18 September 2008 |
|
‘Voor het derde achtereenvolgende jaar is het operationeel resultaat van de Dienstenorganisatie positief. En ook voor 2008 verwacht ik een positief resultaat’, zegt directeur Haaije Feenstra van het Dienstencentrum van de Protestantse Kerk.
Hij maakte de opmerkingen bij het bericht dat er vijf ton overschot blijkt te zijn in het boekjaar 2007. Een bedrag dat wordt toegevoegd aan de risicoreserve van de kerk. Dit alles ondanks het grote verlies van drie miljoen euro dat de kerk moet incasseren bij het sneuvelen van de digitale ledenadministratie Numeri.
Hoewel ik ooit zelfstandig ondernemer ben geweest, voel ik mij niet gemachtigd of in staat hier een zinvolle beoordeling bij te geven. Waarom zou ik ook? Op het eerste gezicht lijkt het mij getuigen van solide beleid. Wie jaren achtereen een positief resultaat weet te boeken bij een krimpende markt en een krimpende organisatie doet het goed. Over het echec van Numeri wordt terecht gemopperd, maar als blijkt dat het miljoenenverlies niet meteen de organisatie als geheel in gevaar brengt, gaat het – beleidsmatig en zakelijk gezien – niet slecht.
Geen kritiek dus. Toch heb ik er ook een wat ongemakkelijk gevoel bij. De Protestantse Kerk verkeert in vele opzichten in een crisis. Daarmee onthul ik geen geheimen. De gestage leegloop lijkt vooralsnog niet te stuiten. Er zijn weliswaar allerlei hoopgevende initiatieven en lokale projecten met grote aantrekkingskracht, maar het totale beeld verandert niet. Groei van sommige lokale kerken is eerder het gevolg van verschuivingen dan van nieuwe werving. Er is sprake van een voortdurende kerkelijke ruilverkaveling – maar het totale areaal krimpt. Hetzelfde is te zeggen van de mate van relevantie en van de uitstraling van de kerk. We ‘boeren’ achteruit - financieel gezond of niet, we zijn nog altijd een kerk in crisis.
Nu wil ik beslist niet een pleidooi voeren voor paniek. De kerk bestaat niet bij de gratie van conjectuur en ontleent haar bestaansrecht niet aan cijfers. Wel hoop ik dat de voortdurende crisis het urgentiebesef blijft voeden. Verandering is en blijft urgent! Toenadering van de verschillende denominaties binnen de kerk blijft urgent (zie mijn eerdere blog hierover). Zo ook de noodzaak van ingrijpende veranderingen in organisatie, communicatie en participatie. Een gepimpte zuilenkerk heeft geen toekomst in een netwerksamenleving. En wie bij een krimpende kerk alleen maar het nuchter-hollandse principe van tering-naar-de-nering blijft hanteren, houdt weliswaar een financieel gezonde kerk maar verliest uiteindelijk haar toekomst.
Lokaal hoor je nogal eens de afweging dat er reserves moeten zijn voor ‘slechtere tijden’. En dus wordt een 100 procent predikantsplaats afgeroomd naar een 80 procent plaats. Ik vraag me altijd af hoeveel slechter het met de kerk moet gaan, voordat we beseffen dat die ‘slechte tijden’ er nu al zijn. Ik pleit niet voor onverantwoord financieel beleid, maar wel voor creatief, proactief en gedurfd beleid. Het zou goed zijn als lokale kerken en de landelijke kerk zich fundamenteel herbezinnen op de inzet van financiële middelen. Nieuwe kerkvormen, nieuwe taakstellingen voor predikanten en kerkelijk werkers, misschien zelfs herschikking van lokale verbanden tot een dynamisch netwerk van krachtige knooppunten en een volwaardige inzet van nieuwe media zullen ons stellig verder helpen dan enkel financieel verantwoorde krimp.
Kortom: laten we investeren in de pioniers, de vernieuwers en de creatieve geesten! Ze zijn er namelijk nog steeds!
Boele P. Ytsma is pastor in de Gereformeerde Kerk van Siddeburen (PKN). Deze bijdrage verscheen ook op zijn weblog.
Dossier(s):
Protestantse Kerken
|