De katholiek John F. Kennedy Afdrukken E-mail
door Huub Mous   
dinsdag, 13 mei 2008

kennedypaus.jpgIk kan me nog goed herinneren dat John F. Kennedy had besloten om president van de Verenigde Staten te worden. Het was voorjaar 1960 dat dit bericht tot me doordrong.

Ik zat toen in de hoogste klas van de lagere school. Juffrouw Van der Laar, die zo af en toe een maatschappelijk onderwerp behandelde, besteedde er een les aan. Jullie moeten goed opletten, zei ze, want het wordt heel spannend in Amerika. Een katholiek wil president worden en dat is nog nooit gebeurd. Even later las ik in Taptoe - naast Okki het belangrijkste kinderblad in die tijd - een stukje over de verkiezingen. President Eisenhower, zo werd beweerd, was een hele goede president geweest. Maar nu komt er een nog betere: John F. Kennedy. Tenminste, als hij wint.

In het najaar van 1960, toen de verkiezingsstrijd op zijn hoogtepunt was beland, zat ik inmiddels in de eerste klas van het gymnasium. De Jezuïeten waren behoorlijk opgewonden over de mogelijkheid dat voor het eerst in de geschiedenis een katholiek president van Amerika zou worden. Het was sowieso een spannende tijd. In Rome zat sinds kort een nieuwe paus op de troon die duidelijk andere ideeën had. Er waaide een nieuwe wind door het Vaticaan en de Katholieke Kerk in de hele wereld leek er door geïnspireerd.  Aggiornamento en oecumene waren woorden die in die jaren een nieuwe betekenis kregen. Het katholicisme werd heel even de religie van de hoop.

Sociale bewogenheid

De naoorlogse filosofie, waarin het existentialisme de boventoon voerde, paste goed bij de nieuwe wijze waarin het geloof beleefd werd. Er kwam ruimte voor een meer persoonsgerichte benadering van religieuze zaken met een accent op het leven van alledag. Sociale bewogenheid werd door menig katholiek centraal gesteld. Er werden nieuwe verbanden gelegd tussen katholicisme en socialisme. Rooms-rood werd een begrip in de Nederlandse politiek. Daarnaast waren er ingrijpende vernieuwingen gaande op het terrein van de theologie, waarin een proces van secularisering en ontmythologisering al eerder op gang was gebracht.

lubac.jpg De Franse jezuïet Henri de Lubac S.J. (zie foto) was de pionier geweest van een nieuwe stroming in de katholieke theologie, die na de oorlog in Frankrijk bekendheid kreeg als de zogeheten ‘School van Lyon’. In zijn encycliek Humani generis van 1950 had paus Pius XII nog fel uitgehaald naar dit soort theologische nieuwlichterij en aangedrongen op algehele gehoorzaamheid aan het kerkelijk leergezag.

De ‘goede paus’ Johannes XXIII daarentegen had deze Franse jezuïet met zijn meer eigentijdse opvattingen als zijn voornaamste adviseur benoemd bij de voorbereidingen van het Tweede Vaticaanse Concilie. Het katholicisme ging een tijd tegemoet van verwereldlijking en modernisering. De dogma’s, zo werd beweerd, waren onderdeel van de geschiedenis. De religie moest worden vertaald in de taal van deze tijd.

Maar dat alles bracht ook onrust teweeg. Nog altijd heerste bij velen het idee dat ene katholiek niet zelfstandig denken kon. De onfeilbaarheid en het leergezag van de paus zouden de eigen meningsvorming immers in de weg staan. Een katholiek is een pion in een dictatoriaal geleid kerksysteem, waarin de stem van eigen geweten niet op de eerste plaats wordt gesteld. Voor menigeen was niet geheel duidelijk of de scheiding tussen kerk en staat door het katholicisme wel volledig werd erkend. Met name in de politiek zou dat tot grote problemen kunnen leiden.

Roomse sharia

Het Bisschoppelijk Mandement van 1954 had de Nederlandse katholieken het lidmaatschap van socialistische organisaties ontraden dan wel verboden. Maar ook in eigen katholieke gelederen was de vrijheid van meningsuiting soms ver te zoeken. De jezuïet Van Kilsdonk werd in 1962 een tijdlang van hogerhand verboden om het ambt uit te oefenen nadat hij zich kritisch had uitgelaten over het dictatoriaal gedrag van de Vaticaanse Curie. Van Kilsdonk heeft toen – op uitnodiging van pastoor Nolet – de preek verzorgd in mijn eigen toenmalige parochiekerk De Martelaren van Gorkum in Amsterdam Watergraafsmeer.

Kortom, het gistte in de Katholieke Kerk zo rond 1960. John F. Kennedy had dan ook heel wat uit te leggen, toen hij aankondigde president te willen worden. Het was of een moslim was opgestaan die ambities had voor het Witte Huis. Een katholiek als president riep bij veel Amerikanen de angst op dat het Vaticaan ook in Amerika de touwtjes in handen zou krijgen. Misschien zou het kerkelijk recht wel worden ingevoerd als een soort roomse sharia. Ik kan me nog goed herinneren dat mr. dr. G.B.J. Hilterman op zondagochtend in een zwaarwichtige beschouwing uitweidde over de principiële vraag of een rooms katholiek wel een onafhankelijk wereldleider kon zijn.

kennedyhouston.jpg In een beroemde speech op 12 september 1960 in Houston (zie foto) sprak Kennedy over een onderwerp dat destijds the religious issue werd genoemd. Kan een katholiek president worden van Amerika? In een helder betoog legde Kennedy toen uit dat hij geen katholieke president wilde worden, maar dat hij een presidentskandidaat was die toevallig katholiek was. Hij had ook mormoon of jood, een baptist of een quaker kunnen zijn. Kennedy noemde niet de mogelijkheid dat hij ook een moslim had kunnen zijn, maar dat was eerder een historische toevalligheid, dan een principiële omissie.

Barack Obama

Onlangs laaide de discussie over deze problematiek in Amerika weer op naar aanleiding van de mormoon Mitt Romney en het vermeende moslimverleden van Barack Obama. Kennedy heeft met zijn Houston-speech destijds de toon gezet voor het debat over de scheiding van kerk en staat in de Amerikaanse politiek. Zijn rede in Houston is nog altijd een historisch document dat anno 2008 opnieuw actueel wordt, ook in het licht van de recente discussies over de vrijheid van religie in Europa en de erkenning van de joods-christelijke wortels in de Europese grondwet. Een discussie waarin ook paus Benedictus XVI zich niet onbetuigd heeft gelaten. Tijden veranderen, maar de principes blijven gelijk.

Het zich snel transformerende katholicisme heeft veel bijgedragen aan het utopisch perspectief dat begin jaren zestig in de westerse wereld ontstond. Kennedy was in veel opzichten de charismatische belichaming daarvan. Achteraf is het opmerkelijk dat na zijn presidentschap er van alles over Kennedy is beweerd – zowel in positieve als in negatieve zin - maar nooit dat dit enige relatie zou hebben gehad met zijn katholicisme. Wel herinner ik mij dat in de herfst van 1963 in mijn directe omgeving de verslagenheid zeer groot was. Kort na elkaar waren twee katholieken wereldleiders vrij plotseling overleden. Kennedy en paus Johannes. In Washington werden de bakens verzet en werd kort daarop met de Vietnamoorlog begonnen. In Rome was het Tweede Vaticaans Concilie inmiddels in volle gang, maar ook daar had restauratie al een aanvang genomen. De jaren van hoop waren al weer voorbij.

Speech van John F. Kennedy in Houston 













 

 

Deze bijdrage verscheen ook op het weblog van Huub Mous  

Dossier(s): Politiek  RoomsKatholieke Kerk  Verkiezingen VS 

 
< Vorige   Volgende >