|
In toenemende mate raak ik onder de indruk van het feit dat het evangelie niet allereerst een spirituele boodschap is die gaat over ‘God en mijn ziel’ of mijn persoonlijke ‘toegang naar de hemel’, maar vooral een politieke boodschap.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Een boodschap van bevrijding van mensen en structuren, hier en nu. Het begint al bij het Magnificat, de Lofzang van Maria: ‘Heersers stoot Hij van de troon, wie gering is geeft Hij aanzien. Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven, rijken stuurt Hij weg met lege handen.’
Dat is dynamiet voor de zittende macht, een bom onder bestaande eigendomsverhoudingen. En dat het geen vergissing is blijkt als Jezus in de synagoge van Nazareth de woorden van de oude profeet Jesaja op zichzelf betrekt:
‘De Geest van de Heer rust op mij,
want Hij heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen
heeft Hij mij gezonden,
om aan gevangen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden het herstel van hun zicht,
om onderdrukten vrijheid te geven
en een genadejaar van de Heer uit te roepen!’
Dat het in onze overgeorganiseerde samenleving lastig is om te zien waar die bevrijding hier en nu over gaat laat onverlet dat het Evangelie zelf (en ook de brieven van Paulus) nadrukkelijk altijd in een maatschappelijke en politieke context wordt geplaatst – en dáár gaat het om bevrijding! Dat Jezus een koning wordt genoemd is niet alleen een persoonlijk appèl om mijn geestelijk leven door zijn woorden te laten bepalen (ja, dat ook), maar allereerst een correctie op de wereldlijke machten: niet Herodes de Grote, niet keizer Augustus, niet George W. Bush is de baas, niet Jan Peter Balkenende, niet de Wereldbank of de NAVO, maar Jezus.
Maar als ik dat zo opschrijf voelt het als een slag in de lucht. Het lijkt geen enkele relevantie te hebben en ik heb ook niet het idee dat er maar iemand wakker zou liggen als we met spandoeken en megafoons voor het Witte Huis of op het Binnenhof zouden claimen ‘Jezus is koning’. Op z’n best zou het meewarige reacties oproepen – het lijkt buiten de politieke realiteit te staan, geen machthebber zal er slecht van slapen. Dat het elders wel anders is en is geweest, dat sommige machthebbers (van Nero tot Kim Jong II) wel wakker liggen van christenen zou ons te denken moeten geven.
Het laat mij in ieder geval de vraag stellen: zou de krimp van de kerk in West-Europa te maken kunnen hebben met dit verlies van relevantie? Zou het kunnen zijn dat niet alleen machthebbers, maar uiteindelijk ook gewone mensen hun interesse in de kerk verliezen, omdat ze alleen nog maar spreekt over spiritualiteit en zingeving? De kerk probeert haar plaats te vinden op de ‘markt van zingeving’, waar ze moet concurreren met de boeken over Mindfulness, the Secret en Oosterse meditatie – zonder overtuigend succes. Maar hoort ze daar dan thuis? Verliezen we niet alles, als we het Evangelie alleen maar laten gaan over onze zielenroerselen?
Het is niet van de laatste tijd, deze verenging van het Evangelie tot een boodschap van persoonlijke redding en persoonlijke troost. Als ik in het Liedboek van de Kerken zoek naar liederen die onze taak in de wereld als ‘partizanen van de bevrijding’ bezingen, naar woorden die ons herinneren aan de ‘Revolutie van hoop’ voor een duistere wereld, dan vind ik bijna niets. ‘Als God, mijn God maar voor mij is, wie is er dan mij tegen’ en ‘Ik wil mij gaan vertroosten, in Jesu lijden groot’ – dat is de toon van ons kerkelijk repertoire. Wie vraagt aan mensen uit de kerk wat voor hen het hart van kerk en geloven is, krijgt antwoorden als: ‘persoonlijke troost’, 'redding van mijn ziel', ‘plaats van rust’, 'een gemeenschap van zorg en liefde voor elkaar'. Op z’n best hopen we dat anderen de weg naar deze fijne plek kunnen vinden. Als de deuren van de kerk al opengaan is het meestal om anderen te laten delen in al het fijns dat wij hebben ('kom maar bij ons!'), niet om zelf met een boodschap van bevrijding de wereld in te gaan. Dat is ons immers niet geleerd.
Dat is wat ik een paar dagen geleden bedoelde met de ‘onrust’ die Jezus' woorden kunnen wekken. Jezus stuurt de leerlingen de gesloten kamer uit, wèg van hun innerlijke zoektocht naar persoonlijk heil, wèg van de veiligheid van ‘ons-kent-ons’ en ‘wij-hebben-het-zo-goed-met-onze-God-en-met- elkaar’! Wèg van de drukte en beslommeringen om het eigen instituut zo goed mogelijk te laten draaien. We worden de wereld ingestuurd met een boodschap van bevrijding. En dat wij dan niet meer weten wat te zeggen, mag ons ongerust maken.
* * *
© Boele P. Ytsma is pastor in de Gereformeerde Kerk van Siddeburen. Deze bijdrage verscheen eerder op zijn weblog
Dossier(s):
Christendom
|