| De duivel als metafoor |
|
|
| door Janneke Schuurman | |
| vrijdag, 4 april 2008 | |
|
Vandaag werd aan de Theologische Universiteit Kampen (vrijgemaakt) een congres gehouden over bevrijdingspastoraat (klik hier voor een verslag). Centraal stond de vraag of binding door demonen en bevrijding daarvan mogelijk is.
Bezetenheid door de duivel wordt in de moderne psychiatrie gezien als een folkloristisch duiding van psychiatrische stoornissen. Maar de psychiatrie wordt nog steeds beïnvloed door die archaïsche duiding, zegt Baeten, die aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveerde op de relatie tussen de huidige psychiatrische behandelmethoden en exorcistische rituelen uit vroeger tijden.
Met ‘vroeger tijden’ bedoelt Baeten onder meer de tijd waarin de evangelieschrijvers leefden. Marcus beschreef bijvoorbeeld hoe Jezus demonen uitdreef bij een bezetene uit het land Gerasenen (Marcus 8:1-14). Later zijn met name in literatuur uit de zeventiende en achttiende eeuw beschrijvingen te vinden van duiveluitdrijvingen. Als een van de opvallendste symptomen van bezetenheid noemt deze literatuur dat slachtoffers verschillende persoonlijkheden kunnen aannemen en met verschillende stemmen spreken. Wie zich tegenwoordig met zo’n stoornis bij een psychiater meldt, wordt waarschijnlijk gediagnostiseerd als ‘meervoudige persoonlijkheid’. Psychologisch “Ik wil niet beweren dat men daarmee een foute diagnose stelt”, zegt Baeten. “Maar aan de andere kant ligt het niet zo simpel dat we met ons huidige begrippenarsenaal eenvoudigweg kunnen terugkeren naar vroeger. Je kunt niet zomaar zeggen dat de bezetenheid waarover geschreven wordt in Marcus of Lucas geen bezetenheid was, maar een meervoudige persoonlijkheidsstoornis (MPS). Dan plaats je een twintigste-eeuws interpretatiekader over naar een interpretatiekader van tweeduizend jaar geleden. Psychologen proberen dat wel te doen. Ook moderne theologen hebben die neiging. Ze willen het psychologisch gelijk van de bijbel bewijzen: Jezus heeft niet echt een duivel uitgedreven, maar eigenlijk was hij therapeut die op een goede manier een MPS-stoornis heeft aangepakt.” Baeten, directeur van psychiatrisch Centrum St-Hiëronymus in het Belgische Sint Niklaas, bewandelde bij zijn promotieonderzoek dat in 1998 werd gepubliceerd, de omgekeerde weg. Hij onderzocht in welke mate het begrip ‘bezetenheid’ zoals dat in vroeger eeuwen in de westerse cultuur voorkwam, doorwerkte in de moderne psychiatrie. Zijn interesse in de relatie tussen MPS en exorcisme ontstond beroepshalve. Als seksuoloog en theoloog kwam hij in de hulpverleningspraktijk geregeld in aanraking met slachtoffers en daders van seksueel geweld. Sommigen leden aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis. “Toen ik mij ging verdiepen in MPS, rinkelde af en toe een belletje. Ik zag overeenkomsten met vroeger beschreven verhalen van exorcisme en de rituelen die men daarbij toepaste, en de huidige behandelwijze bij mensen met een identiteitsstoornis.” Archaïsch “In de moderne psychiatrie wordt beweerd dat het behandelingsmodel voor MPS en andere psychiatrische stoornissen, los staat van de religieuze voorgeschiedenis. Wetenschappers die zich aan het einde van de negentiende eeuw bezighielden met de studie naar de meervoudige persoonlijkheid, beschouwden zichzelf als verlichte denkers. Ze waren ervan overtuigd dat ze met hun recent ontwikkelde medische en psychiatrische begrippen de archaïsche interpretatieschema’s overwonnen hadden. Een aantal symptomen die tegenwoordig toegeschreven worden aan MPS, vind je ook terug bij mensen die bezeten waren. Tussen die twee bestaan sterke paralellen.” De huidige behandeltechnieken vertonen grote overeenkomsten met de manier waarop exorcisten te werk gingen. Een van de elementen in de huidige behandeling van mensen met een meervoudige persoonlijkheidsstoornis, is dat men in een bepaalde fase van de behandeling probeert de verschillende deelpersoonlijkheden in kaart te brengen. Als zo’n deelpersoonlijkheid naar voren komt, vraagt de therapeut de naam van die persoonlijkheid, of hij met meer personen aanwezig is, wanneer hij ontstaan is en wat de relatie is met de andere deelpersoonlijkheden. “De werkwijze van de exorcisten was hier vrijwel identiek aan. Het was indertijd erg belangrijk om de naam van de duivel te weten te komen. Men wilde weten of hij alleen in het lichaam aanwezig was of met meer en welke plaats hij innam in de rangorde van duivels. Dat zie je al terug in de manier waarop Jezus in het bijbelboek Marcus de bezetene aanspreekt. Ook hij wil de naam van de duivel weten, en die noemt zichzelf ‘Legioen’, want hij ‘is met velen’. Exorcisten gingen voorzichtig om met de duivel. Je moest niet de volledige confrontatie aangaan, maar hem met de nodige diplomatie benaderen. Een werkwijze die voor een hedendaags mens vrij absurd lijkt. Toch past men vandaag in de psychiatrische praktijk een overeenkomstige werkwijze toe. Mensen die lijden aan een dissociatieve stoornis, mag je nooit rechtstreeks naar de kern van de traumatische ervaring vragen. Als je die ervaring ineens oproept, gaan mensen eraan ten onder. Vroeger werd de oplossing gezien in het uitdrijven van een duivel, terwijl men tegenwoordig spreekt over een fusie van deelpersoonlijkheden.” Hekserij Behalve punten van gelijkenis, zijn er ook verschillen, zegt Baeten. Vroeger legde men de oorsprong van bezetenheid bij de duivel, met name in het ongewenste seksuele contact met hem. In de literatuur van de zeventiende eeuw was bij bezetenheid vrijwel altijd sprake van iemand die door de duivel in bezit was genomen, maar daar zelf niet schuldig aan was. “Dus moest hij verlost of genezen worden. Bij een heks ging men ervan uit dat hij of zij opzettelijk een pact met de duivel had gesloten. Die persoon was dus medeschuldig aan dat pact. Zo iemand moest niet behandeld worden - om het in hedendaagse termen uit te drukken - maar gestraft. Het is opvallend hoe in de meeste beschrijvingen van duivelse bezetenheid een expliciete beschrijving wordt gegeven van seksueel contact met de duivel en de bijbehorende rituelen. Ook in de negentiende eeuw zei men al dat dergelijke verhalen over heksensabbatten verzonnen waren. Men schreef ze toe aan de geërotiseerde fantasie van hysterische vrouwen. Je ziet dat in de loop van de achttiende eeuw het geloof in bezetenheid en hekserij verdwijnt.” Vandaag legt men de oorzaak van MPS vaak in seksuele mishandeling in de jeugd. In veel gevallen is sprake van incest, zegt Baeten. “De duivel van vroeger heeft een andere gedaante aangenomen. Je zou kunnen zeggen dat hij in geval van incest de vader of moeder is geworden. Daarmee wil ik niet zeggen dat de duivel in dergelijke gevallen aan werk is. Het enige wat ik wil aangeven, is dat de gelijkenissen groot zijn.” Afrika De grens tussen wat bezetenheid is en wat een psychiatrische stoornis, kan volgens Baeten niet gelegd worden in de persoon die iets meemaakt. Die grens wordt gelegd in de omgeving die de situatie interpreteert. “Wie interpreteert vanuit een heel sterk religieus kader, zoals dat bestond in de zestiende en zeventiende eeuw, zal zeer terecht bepaalde symptomen omschrijven als symptomen van bezetenheid. Maar vandaag interpreteert men die zaken als dissociatieve stoornis. Waar de grens ligt, heeft vooral te maken met de bril die degene die de situatie beoordeelt opheeft.” “In de psychiatrie is een discussie gaande over wat in andere werelddelen, zoals Afrika en Azië gebeurt. Daar tref je nog folkloristische of sjamanistische vormen van duiveluitdrijving aan. Je kunt je afvragen waarom je daar een westers behandelingsmodel op moet loslaten, als je kunt constateren dat die uitdrijvingsrituelen binnen de (religieuze) context waarin die mensen leven, veel effectiever werken. Dat element speelt ook een rol in de discussie waar je de grens trekt tussen wetenschap en pseudo-wetenschap. Wanneer bevind je je op medisch terrein, wanneer wordt het kwakzalverij? Uiteindelijk is het criterium dat men daarbij hanteert niet het criterium wat wel of niet werkt. De grens wordt getrokken bij wat wetenschappelijk aanvaardbaar is.” Pinksterbeweging Exorcisme komt ook in Nederland nog voor. De Rooms-Katholieke Kerk heeft in Nederland priesters die de bevoegdheid hebben zich ermee bezig te houden. Niet iedere priester mag zomaar iemand behandelen, hij dient daartoe aangewezen te worden door het bisdom. Baeten: “Ik beweer niet dat het tegenwoordig in onze samenleving nog gezond is exorcisme toe te passen. Mensen die nu lijden aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis, moeten een gepaste psychiatrische behandeling krijgen. Het is relatief gevaarlijk om in zo’n situatie binnen een religieuze groepering mensen te genezen. Op het moment dat je dat toch doet, moet je voldoende inzicht hebben in het karakter van de stoornis en hoe die ontstaan is. Feit is dat in veel gevallen seksueel misbruik meespeelt. Ik sta daarom met de nodige scepsis en voorzichtigheid tegenover wat bijvoorbeeld in pinksterkringen gebeurt. Ik zeg niet dat het niet kan, maar het is belangrijk dat mensen die worden opgeleid tot geestelijk raadsman, ook psychotherapeutische vorming krijgen. Dan kunnen ze herkennen waar de grens ligt tussen wat ze wel kunnen behandelen en wat niet meer thuishoort in pastorale begeleiding. In dat laatste geval zouden ze moeten doorverwijzen naar een gespecialiseerde therapeut. Een ander aspect is dat mensen die lijden aan die stoornis, met religieuze vragen kunnen zitten. Soms met schuldvragen, en dan kan het naast gespecialiseerde begeleiding heel zinvol zijn dat ze binnen hun eigen geloofstaal aansluiting vinden voor die vragen.” Bij bezetenheid gaat het niet om de vraag of het wel of niet bestaat, zegt Baeten. “Dingen bestaan op het moment dat mensen ze benoemen. Een duivel kom je niet op straat tegen, maar zodra je kwaad vanuit een religieus kader benoemt, bestaat het binnen die beleving. Op die manier kijkt een psychiater ook vanuit zijn specifieke achtergrond naar een situatie. Je mag ervan uitgaan dat bezetenheid voorkwam en ook vandaag nog voorkomt. Maar of het dan ook echt bestaat? Dat is dezelfde vraag als de vraag of God echt bestaat. Mensen kunnen geïnspireerd worden door God of God ervaren. Maar daarmee is geen sluitend bewijs voor Zijn bestaan geleverd. De duivel is een heel krachtige metafoor om uit te drukken dat het kwade in mensen kan huizen.”
* * *
Dit is een bewerking van een artikel dat eerder werd gepubliceerd naar aanleiding van het proefschrift ‘Van bezetenheid tot dissociatie’ van dr. Stefaan Baeten. |
| < Vorige | Volgende > |
|---|






Bestaat demonische bezetenheid wel of niet? Die vraag is volgens theoloog dr. Stefaan Baeten niet relevant. “De duivel is een heel krachtige metafoor om uit te drukken dat het kwade in mensen kan huizen.”