| Atheïst worden: Een pijnlijke verlossing |
|
|
| door Redactie | |
| donderdag, 6 maart 2008 | |
|
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
De eerste deuk in zijn godsvertrouwen, zo vertelt de van oorsprong hervormde theoloog in het opinieblad VolZin van deze week, liep hij op aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, toen het geallieerde bombardement op Walcheren losbrak. “Ik school onder tafel en dankte in mijn kinderlijke godsvertrouwen de almachtige Heer dat hij mij had gespaard. Maar toen ik zag welke verwoestingen die luchtaanval had aangericht - de dijken waren op vier plaatsen kapotgebombardeerd - dacht ik: ik mag dan gered zijn, maar rondom mij is de wereld vergaan.”
Zijn eerste twijfel aan het bestaan van God was in de praktijk gegrond, niet in de theologie. “Ik ben geen Klaas Hendrikse of Maarten ’t Hart, die de logica in stelling brengen om God een hak te zetten. Ik was geen cerebrale twijfelaar, maar een pastorale.”
Pinkstergemeente
Als tweedejaars theologiestudent drong zich de gedachte op dat zijn geloof niet sterk genoeg was. Hij besloot zich te laten wederdopen bij de Pinkstergemeente. “Dan zou de Heilige Geest vanzelf over mij komen en mij de juiste woorden ingeven. Er waren meer studenten die zich aangetrokken voelden tot de charismatische beweging, onder wie de latere VARA-voorzitter Albert van den Heuvel. Met hem en andere studenten kwamen we elke ochtend om zeven uur bijeen om te bidden, te profeteren en in tongen te spreken. Die charismatische kring heeft ons geestelijk in leven gehouden.” Later kwam hij in meer cultureel vaarwater. Hij kwam in contact met mensen als musicus Frits Mehrtens en de dichter/predikant Willem Barnard en met oorspronkelijke, kritische denkers als Buber, Miskotte en Rosenzweig. In zijn eerste baan bij de Algemene Maatschappij voor Jongeren in Amsterdam leerde hij de Heilige Schrift te zien als drama. “Het wel of niet bestaan van God interesseerde ons niet. Het ging ons om het prachtige verhaal. (…) Een antropomorf godsbeeld: God als dramaturg en daarmee onderdeel van het menselijk drama.”
Dogma's
In 1963 werd hij directeur televisie bij IKOR, later IKON. Daar kantelde ook dat godsbeeld. “Op 17 maart 1982 is onze IKON-ploeg vermoord in El Salvador. Het is een van de ergste dingen die de IKON en mij ooit is overkomen. Terwijl ik mijn preek schreef voor de afscheidsdienst in de Mozes- en Aäronkerk, ontdekte ik: God komt hier eigenlijk nauwelijks aan te pas. Een God namelijk die de boel zo uit de hand heeft laten lopen, is machteloos en kun je net zo goed schrappen.” Hij hield over “de Heilige Schrift als een grote inspiratiebron, maar alle dogma’s zijn mij uit handen gevallen. (…) Jezus, Augustinus, Shakespeare, Gandhi, Mandela, Tutu, allen laten zien dat de méns van waarde is. Dát is de betekenis van het leven en het geloof en daarvoor hebben we geen herleiding tot God nodig.” Na de dood van de IKON-ploeg is hij in rouwtherapie gegaan. “Het verdriet was een last geworden waaronder ik dreigde te bezwijken. (…) De kerk troost nauwelijks, althans mij niet. (…) Formeel ben ik atheïst, in die zin dat ik niet meer in een persoonlijke God geloof, die mij ziet en naar mij luistert. Maar ik maak van het atheïsme geen nieuw geloof, zoals, met alle respect, Klaas Hendrikse doet.” Hij kijkt terug met weemoed: “Als kleine jongen ging ik met mijn grootvader naar de hervormde kerk in Ritthem. Mijn oom had vaak trapdienst bij het orgel en ik zat naast hem. Daarom wilde ik dominee worden: die warmte en gemeenzaamheid van de zondagmorgen, het optrekken naar ’s Heren Huis, het vertrouwen: He has the whole world in his hand. Een prachtige wereld, maar hij is me op smartelijke wijze door de vingers geglipt.” Bron: VolZin
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|






Geleidelijk aan raakte IKON- directeur Wim Koole (78) zijn God kwijt. “Ik ben verlost van God, maar het was een pijnlijke verlossing. Atheïsme betekent: zonder God. Het is dus ook een verlies.”