Demonstreren is uit, bewust leven in Afdrukken E-mail
door Nynke Sietsma   
woensdag, 5 maart 2008

andersglobalisten.pngDe andersglobalisten maakten het pad vrij voor wat nu de praktisch idealisme heet. De wereld verbeteren zit soms in iets heel kleins. In een ecologisch afwasmiddel bijvoorbeeld.

 ------------------------------------------------------------------- 
Idealisten worden vaak voor naïevelingen uitgemaakt. Maar hoe zou het zijn als ze er niet waren? In een serie over idealen schrijft News4all over idealisme binnen verschillende religieuze en maatschappelijke stromingen.
-------------------------------------------------------------------- 

Andersglobalisten. Wie waren dat ook alweer? Die stenengooiende demonstranten die we in de krant zagen en die de glazen van de McDonalds ingooiden? Die zure branieschoppers met te serieuze leuzen op spandoeken? Ja die. Alhoewel dat beeld vaak de werkelijkheid niet goed weergeeft. De meeste andersglobalisten staan juist vóór een vreedzame, rechtvaardige wereld mét eerlijke handel en eerlijke kansen voor iedereen.

De andersglobaliseringsbeweging kreeg echter al snel het stempel anti te zijn. Anti-Amerika, antikapitalistisch, antimultinational. De naam die de demonstranten kregen opgeplakt, antiglobalist, kwam daarom niet als een verrassing. Andersglobalisten zelf benadrukken dat ze de gevolgen van globalisering, vooral de economische, anders zouden willen zien. Ze zijn niet per definitie tegen globalisering.

Bonte stoet

Het begon allemaal in Amerika, in 1999. Tienduizenden andersglobalisten demonstreerden in Seattle tegen een ministeriële top van de Wereldhandelorganisatie (WTO). Ze verstoorden de bijeenkomst. Politici praatten over ze. Het leek erop alsof een grote protestbeweging, die sinds de jaren zestig was doodgebloed, weer was opgestaan. Na Seattle volgden verschillende grote demonstraties in achtereenvolgens Washington, Praag, Nice, Gotenburg, Genua en als topstuk het Engelse Gleneagles waar maar liefst 250.000 mensen tegen de G8-top van rijke industrielanden de straat op gingen.

Evert Nieuwenhuis, auteur van het boek De Grote Globaliseringsgids omschrijft de beweging zo: het andersglobalisme heeft de samenhang van een ontplofte confettifabriek. Onder de slogan ‘Een andere wereld is mogelijk’ verzamelden anarchisten, kerkelijke groeperingen, vakbonden, beleggerverenigingen, relschoppers en pacifisten, veganisten en veeboeren, en iedereen die zich maar inzet voor een ‘andere wereld’.

En wat wilde die bonte stoet van mensen? Globalisering met een humaner gezicht. Anita Roddick - de onlangs overleden oprichtster van de Body Shop – demonstreerde mee in Seattle. Ze schrijft in haar boek Trek het je aan: 'we weten heel veel over de geldstromen en de koopkracht overal ter wereld, de media staan elke dag vol van de cijfers – maar we zien maar weinig van hoe gewone mensen overal ter wereld globalisering ervaren. We zien de handelaren op Wall Street; we zien niet de arbeiders in sweatshops of de boeren die van hun land worden verdreven.’ Andersglobalisten wilden juist aandacht voor de menselijke verhalen die schuilgaan achter de ervaringen van arbeiders, boeren, vrouwen en kinderen in arme landen die allemaal te maken hebben met globalisering.

Mondiale instituten

Mikpunt van de andersglobalisten waren in de eerste plaats mondiale instituten als het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie. Het neoliberale beleid van het IMF en de Wereldbank zou ontwikkelingslanden eerder hinderen dan helpen bij hun ontwikkeling, stelden de andersglobalisten. Volgens de beweging maakten die instanties arme landen afhankelijk van rijke landen. Door bijvoorbeeld leningen te verstrekken met torenhoge rentes die het land alleen maar dieper in schulden steken. Inmiddels is die schuld opgelopen tot 2500 miljard dollar. Landen lossen vaak meer af dan dat ze in een sociaal stelsel kunnen investeren. Andersglobalisten willen kwijtschelding van die schulden.

Oneerlijke regels in het spel van vrije wereldhandel - een van de kwesties die de demonstranten in Seattle aan de kaak wilden stellen - pakken bovendien vaak negatief uit voor arme landen. Zo zijn bijvoorbeeld de subsidies aan Amerikaanse katoenboeren de andersglobalisten een doorn in het oog. Zo’n 25.000 katoenboeren ontvangen maar liefst vier miljard dollar aan subsidie. Dat brengt de prijs op de wereldmarkt omlaag. Tientallen miljoenen boeren in West-Afrika en India lijden onder die subsidieregel – door die lage prijs – waardoor ze niet meer van hun eigen katoenopbrengst kunnen leven.

Ook de G8 ligt onder vuur bij de andersglobalisten. Dat is volgens de beweging een eliteclub van rijke landen die achter gesloten deuren beslissingen neemt die de hele wereld aangaan. Daarbij worden arme landen doorgaans uitgesloten. Ook verzetten veel andersglobalisten zich volgens Nieuwenhuis tegen de ‘vercommercialisering’ van samenlevingen en de nieuwste religie: consumeren. Niet dat we allemaal maar weer op een houtje moeten bijten, maar dat consumeren mensvriendelijker kan (een betere prijs voor de maker), diervriendelijker en milieuvriendelijker, dat staat voor de beweging als een paal boven water.

In Nederland bleef de beweging ook niet ongeroerd. Zo organiseerden idealistische twintigers Festival Globalisering en werd in navolging van het World Social Forum in Brazilië twee keer (voor het laatst in 2006) een Nederlands Sociaal Forum georganiseerd. Daarna werd het stil. Wat was er gebeurd?

Volgens journalist Evert Nieuwenhuis ging de core business van de andersglobalisten er aan tijdens de aanslagen op de Twin Towers op 11 september 2001. De terroristen hadden de torens van het WTC en het Pentagon als doelwit – symbolen van de Amerikaanse en politieke wereldmacht. De andersglobalisten verzetten zich tegen diezelfde Amerikaanse hegemonie. Dat werd problematisch. De andersglobalisten wilden niet op één lijn geplaatst worden met de terroristen van Al Qaeda. Waar moesten ze zich nu op richten? De beweging verwaterde.  

Elena Simons Ook al was de heftige opkomst van korte duur, volgens globaliseringexpert Nieuwenhuis, die zelf aanwezig was bij het World Social Forum in het Braziliaanse Porto Alegre, is de invloed van die kleurrijke beweging groter dan de meesten denken. Het was de inspiratiebron van wat we nu praktisch idealisme noemen. Praktisch idealisme, een term van schrijfsters Sophie Koers en Natasja van den Berg van het gelijknamige boek, is een lifestyle waarin je idealisme naar het alledaagse tilt. Het hoeft niet meer gepaard te gaan met volledige zelfopoffering, idealisme kan zelfs ‘leuk’ zijn.

Kleine dingen

Juist kleine praktische handelingen in bijvoorbeeld het huishouden (spaarlampen indraaien, ecologisch wasmiddel gebruiken of papier scheiden) dragen bij aan een betere wereld. Ook het bewust nadenken over de aanschaf van producten zoals kleding, cosmetica en eten kan volgens praktisch idealisten verschil maken. Zo liggen er steeds meer ‘eerlijke’ producten in de schappen. De makers van die fair trade producten krijgen een eerlijke prijs en er wordt gelet op goede arbeidsomstandigheden.

Dat wereldverbeteren ook op humoristische wijze kan, bewijst Elena Simons. Zij stond tijdens de piek van de andersglobaliseringsbeweging op de barricaden - in Götenborg – alhoewel dat meer uit nieuwsgierigheid was. Simons bedenkt manieren om “pret met de samenleving” te maken. Plezier dat altijd gepaard gaat met een maatschappelijke lading. Zo schreef ze in 2004 het boekje Pret met moslims. Het gezelschap Wonder, waar Simons creatief leider is, bedacht onder meer de Burgerbuddy, bedoeld om de kloof tussen politiek en burger te dichten. Burgers kunnen via het project een ambtenaar of politicus adopteren. In haar recent verschenen boek Alle grote Wereldproblemen en hun oplossingen stelt Simons op toegankelijke en komische wijze de grootste wereldproblemen aan de kaak. Ze geeft vervolgens de lezer tips, zodat die direct thuis aan de slag kan. Want, zo redeneert Simons, wereldverbeteren dat kan iedereen.

Demonstreren is uit, bewust leven is in. Want uiteindelijk kunnen zelfs de kleinste stapjes zorgen voor een sneeuwbaleffect, volgens de praktisch idealisten. En sinds de klimaathype op gang kwam, onder andere door de film An Inconvenient Truth van Al Gore, heeft praktisch idealisme een sprong gemaakt. Het accent van idealisme verschoof van de straat naar eigen huis en haard. Je hoeft niet meer radicaal te wezen om idealist te zijn. (News4all)

Ook een wereldverbeteraar? Doe mee met Elena Simons via www.dewereldredden.nl

Illustratie © Banksy
Foto
Elena Simons © Dick Duyves
______________________________________________________________________________ 

Dit is het vierde deel in de serie 'Idealen, je zult ze maar hebben'. Eerder verschenen: Wereldverbeteren begint in het hart, Hoofdleverancier van vrijwilligers en Idealen, je zult ze maar hebben
______________________________________________________________________________ 

creative_commons.png

 

 



 
< Vorige   Volgende >