Eerlijk wereldsysteem moet Afrika eigen rol teruggeven Afdrukken E-mail
door Klaartje Jaspers   
donderdag, 14 februari 2008

africa1.jpgHoe realiseer je gelijkwaardige ontwikkelings- relaties terwijl enkele rijke landen de spelregels voor alle andere landen bepalen? Tijdens het jaarlijkse Afrikacongres gisteren bespraken minister Koenders en vakgenoten het evaluatierapport over het bilaterale Nederlandse Afrikabeleid 1998 - 2006.

   - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 

Ook al prijst K. Y. Amoako, ex-secretaris-generaal van de Economische Commissie voor Afrika van de VN, Nederland uitgebreid om het relatief goede ontwikkelingsbeleid, hij wil ons er ook aan herinneren dat we als deelnemer aan multilaterale organisaties de  legimiteit van die organisaties aan de orde moet stellen. Nog altijd domineren de rijke landen het besluitvormingsproces rondom zaken als schuldenkwijtschelding en markttoegang, waardoor de effectiviteit van de hulp ernstig in het geding komt. Amoaka heeft zichzelf dan ook een nieuwe rol aangemeten en in zijn thuisland Ghana het Afrikaanse Centrum voor Economische Transformatie opgericht.

Samen met de Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking, Bert Koenders, boog hij zich gisteren tijdens het Afrikacongres 2008 over de evaluatie van het Nederlandse Afrikabeleid tussen 1998 en 2006, die op verzoek van de Tweede Kamer is uitgevoerd door de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB). Willen we de samenwerking echt effectief maken, concluderen de heren, dan moet er een eerlijk en open wereldhandelssysteem komen, waarin gelijkwaardige partners elkaar en zichzelf verantwoording kunnen afleggen. Helaas is het nog niet zo ver. Het Nederlands beleid worstelt met de ontwikkelingslanden als een ouder met zijn puberkind: loslaten of regels stellen?

Kenia

Noemt Amoako Kenia als voorbeeld dat illustreert dat het verleden geen garantie is voor de toekomst, Koenders noemt het een spiegel van de hele wereld. Net terug uit het land dat na de december 2007 verkiezingen ten prooi viel aan geweld, realiseert hij zich terdege dat de achtergronden van de crisis daar veel dieper liggen dan men op het eerste gezicht vermoedt. Hij noemt de enorme snelle bevolkingsgroei, de extreme scheefheid van de inkomensverdeling, een jonge bevolking die geen werk heeft maar wel testosteron, en het slechte bestuur dat lang achter de façade van schijnstabiliteit schuilging.

Het is de weerspiegeling van de situatie die we wereldwijd aantreffen, zegt de minister van ontwikkelingssamenwerking, kijk alleen maar naar de inkomensongelijkheid: we zien winnaars en verliezers. Om duurzame groei te realiseren moet ontwikkelingssamenwerking een katalyserende rol in de Afrikaanse economie spelen. Maar ook als je ziet waar zulke kansen liggen, geeft hij toe, blijft het moeilijk die te benutten. Sommige economieën groeien jaarlijks met 6 procent, maar die groei komt met name door export. Ondertussen neemt de koopkracht nauwelijks toe, consumenten profiteren nauwelijks. De werkgelegenheid neemt niet toe en de stedelijke armoede is groot.

Toch is het belangrijk ook in te spelen op het toekomstoptimisme van de Afrikanen zelf, benadrukt Amoako. Uit diverse onderzoeken blijkt dat zij zich de toekomst rooskleuriger voorstellen dan wie dan ook. Net als Koenders maakt hij zich sterk voor een scenario waarin beide partners verantwoording afleggen, zowel naar de ontvangende burgers in ontwikkelingslanden als naar de belastingbetalers hier. Tot nog toe, zeggen ze, waren ontvangende staten vooral bezig zich aan hun donoren te verantwoorden in plaats van aan de mensen waar het daadwerkelijk omdraait: hun bevolking.

Reality check

De overdaad aan bureaucratie leidt er soms toe dat we het oog op de reële situatie in de landen daar verliezen, erkent Koenders. Om te controleren of het geld ook daar terecht komt waar de donoren het bedoeld hadden, is het niet alleen belangrijk dat donoren monitoren wat er met dat geld gebeurd, maar vooral ook dat zich in die landen een sociaal middenveld ontstaat dat hun eigen regering ter verantwoording roept.

'Je moet de hulp gebruiken om de leiderschapkwaliteiten te verhogen. Dat doe je door in sociaal kapitaal te investeren; pas als er een maatschappelijk middenveld is, kan je je gaan richten op toekomstige ontwikkelingen', zegt de Ghanees. Net als de minister is hij daarom groot voorstander van allerlei organisaties en mediabewegingen die de burgers daar mondig maken, zodat de democratie zich verder kan ontwikkelen.

Ook decentralisatie moet de staten transparanter maken, zodat er minder geld voor de armen in rijkemanszakken verdwijnt, zegt de minister. Desondanks houdt hij hardnekkig vast aan het beginsel van steun van overheid tot overheid. Ondanks de inspecties kritische woorden over zulke begrotingssteun, prijst de minister de flexibiliteit die het de ontvangende landen geeft om zelf invulling te geven aan de manier waarop zij het geld besteden.

Schijnvrijheid

'Een volwassen toerekeningsvatbaarheid is onmogelijk zonder dat de ontvangende landen zeggenschap over het geld krijgen', benadrukt Amoako. Hoewel Koenders het daarmee eens lijkt te zijn, geeft hij evenzeer toe dat begrotingssteun ook prettig is omdat het aanknopingspunten geeft zaken als het 'jatten van de armen' te bespreken. Het verplicht ontvangende landen namelijk tot overleg over hun beleid. Een 'schijnvrijheid' noemt de inspectie dat. (News4all)

creative_commons.png

 

 

 

 

Dossier(s): Afrika  Ontwikkeling 

 
< Vorige   Volgende >