Biobrandstof onder vuur Afdrukken E-mail
door Klaartje Jaspers   
donderdag, 7 februari 2008

biodiesel.jpgPolitici promoten het gebruik van 'groene' biomassa om de CO2-uitstoot te beperken. Onderzoek wijst echter uit dat de huidige teelt van veel biobrandstoffen schadelijk voor mens, natuur of klimaat is.

   - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  

Eind januari presenteerde de Europese Commissie een voorstel om de uitstoot van kooldioxide per 2020 met 20 procent naar beneden te krijgen: 20 procent van de energie moet dan duurzaam zijn en de benzine moet voor zeker 10 procent uit biobrandstoffen bestaan.

Commissievoorzitter José Manuel Barroso zei dat het pakket voorop liep 'in de internationale pogingen om onze planeet te redden'. Milieudefensie liet echter snel weten dat het voorgestelde beleid juist een stap achteruit zou betekenen: op de internationale Klimaattop in Bali was afgesproken de uitstoot in 2020 met tenminste 25 procent te verminderen. Bovendien laat het voorstel volgens de critici veel ruimte de uitstoot simpelweg te verleggen naar landen buiten de Unie, wat de mondiale uitstoot niet vermindert.

Klimaatneutraal

Eén van de manieren om de uitstoot te verleggen, is het gebruik van biomassa uit verre landen. De vraag ernaar neemt dan ook enorm toe, terwijl steeds vaker blijkt dat de productie ervan veel minder voordelig is dan ze lijkt. In theorie zijn de biobrandstoffen vaak klimaatneutraal omdat de koolstofdioxide die bij verbranding vrij komt, minder zou zijn dan de koolstofdioxide die de planten tijdens hun groei opnamen. Ze bieden consumerende landen daardoor de mogelijkheid door te blijven tanken, zonder zich druk te hoeven maken over de vermindering van hun CO2-uitstoot. Tot die vermindering hebben ze zich in de internationale Kyoto-milieuverdragen verplicht.

In het geval van een biobrandstof als Indonesische palmolie is die klimaatneutraliteit vaak onzin, zegt dr. Marcel Silvius, senior programmamanager bij Wetlands International. Om de palmolieplantages aan te leggen kappen, draineren en verbranden de leveranciers veel tropisch regenwoud en veengronden. Het afgelopen decennium kostte dat gemiddeld 2000 MT koolstofdioxide per  jaar: 400 keer de vermindering van uitstoot waartoe Nederland zich met het Kyoto-verdrag jaarlijkse verplichtte. Omdat de uitstoot niet afkomstig is uit de verminderingsplichtigde 'Annex 1-landen' van datzelfde Kyoto-verdrag, wordt ze eenvoudig niet meegerekend.

Gebrek aan criteria

Eén van de struikelblokken rondom het gebruik van biobrandstoffen, is de afwezigheid van duurzaamheidscriteria. Hoewel in Duitsland sinds 1 januari criteria voor biobrandstoffen gelden en België al jaren criteria voor bio-elektriciteit kent, kan het in Nederland nog gebeuren dat een
liter biobrandstof als 'groen' verkocht wordt, terwijl die in feite veel schadelijker is dan een liter ouderwetse aardolie. Om dat te voorkomen, moet het hele proces rondom de biobrandstoffen gecontroleerd worden op duurzaamheid: het effect op mens, natuur en klimaat.

Vaak hangt de duurzaamheid van energie uit biomassa af van de wijze waarop deze geproduceerd wordt. Ook palmolie kan wel duurzaam zijn, benadrukt Silvius, maar dan moet de palm bijvoorbeeld gegroeid zijn op een braakliggend stuk land of in de tuin van een lokale kleinschalige boer die de olie onder goede voorwaarden kan maken en verkopen. De manier waarop grootschalige plantages nu aan de stijgende vraag op de wereldmarkt tegemoet willen komen, veroorzaakt niet alleen vervuiling en ontbossing, maar ook armoede, smog en internationale spanningen. Op een foto van de NASA is te zien hoe de Indonesische smogwolk zelfs de Oost-Afrikaanse kust bereikt. In buurlanden zijn scholen soms wekenlang gesloten omdat de luchtvervuiling zo erg is dat de kinderen niet naar buiten mogen.

Heldergroene biomassa

Om in kaart te brengen welke biomassa we met de huidige technieken wel en niet moeten stimuleren, presenteerde de directeur van stichting Natuur en Milieu minister Van der Hoeven (Economische Zaken) eind januari het rapport Heldergroene Biomassa met een overzicht van de 'goede' en 'foute' biobrandstoffen. Het subsidiëren van biobrandstoffen kan goed zijn, vinden de onderzoekers, maar dan moet je je wel beperken tot de biobrandstoffen die niet meer ellende opleveren dan ze verhelpen.

Om te beoordelen welke biobrandstoffen de mens, het milieu en de natuur ten goede komen, hanteerden de onderzoekers van het rapport de zes criteria die de Commissie Cramer al opstelde om het milieu en de bevolking in de herkomstlanden van de grondstoffen te beschermen, maar die nog niet effectief ingevoerd zijn. Daarnaast introduceerden ze vier aanvullende criteria die ondermeer moeten uitwijzen of de effecten van de gebruikte biomassa wel over het hele productieproces gemeten zijn.

Bermgras en frituurvet

Veel van de biomassa die de onderzoekers goedkeuren, komt niet uit verre landen, maar van onze eigen restproducten als snoeihout, bermgras, onbruikbaar papierslib en oud frituurvet. Bij die restproducten is het wel belangrijk dat ze niet voor andere noodzakelijke doeleinden gebruikt kunnen worden, zoals karton en papier dat nog gerecycled kan worden. Daarom moet ook geen gft-afval gebruikt worden, zolang er nog vraag is naar compost. Ook landen als Canada, waar voldoende controlemechanismen zijn, kunnen verantwoorde biomassa leveren. Dit kan bijvoorbeeld uit resthout van duurzaam geteelde bomen, mits dat niet concurreert met grondstoffen voor de bouw en papier, en de uitstoot bij verbranding niet te hoog is.

Mest

Een veeteeltland als Nederland zou misschien baat kunnen hebben bij het winnen van energie uit mest. Dat kan door de mest te vergisten of door die te laten drogen en verbranden. Hoewel met deze methoden veel energie opgewekt kan worden, wijzen de milieudeskundigen ze toch af. De intensieve veehouderij is volgens hen per definitie te onduurzaam, in een dergelijke industrie moet je niet investeren.

Restproducten als snoeihout en mest hebben het voordeel dat er geen extra land gebruikt hoeft te worden voor de aanplant van biomassa. Bij gewassen als hennep, riet, jatropha en wilgen en eetbare oliën uit koolzaad, soja, palmolie en zonnebloemen dreigt het gevaar dat land dat eerder gebruikt werd voor landbouw, veeteelt of bosbouw wordt opgeofferd aan de winstgevender productie van biomassa. Vervolgens moet ander bos gekapt worden om eten te verbouwen of lijdt de lokale bevolking simpelweg honger. Ook met dit soort indirecte effecten van biomassaproductie moet de regering meer rekening houden, vinden de onderzoekers van de provinciale milieufederaties en de stichting Natuur en Milieu.

Bezuinigen

Veel van de eerste generatie biobrandstoffen voor verkeer werd juist van 'foute' voedselgewassen als palmolie, tarwe en koolzaad gemaakt. Zolang er onvoldoende duurzame alternatieven beschikbaar zijn, moet de verplichte bijmenging van biobrandstoffen in de reguliere benzine beperkt worden, zeggen de onderzoekers. Daarmee verwerpen ze zowel het Nederlandse beleid om in 2010 tenminste 5,75 procent bij te mengen, als het voorstel van de Europese Commissie om in 2020 10 procent van de benzine uit biobrandstoffen te laten bestaan. Totdat er voldoende écht duurzame alternatieven zijn, moeten we het toch vooral hebben van bezuinigen. (News4all)

* * *

Gerelateerd:
Biodiesel uit de gratie in Duitsland (IPS) 
Duurzaam is niet meer marginaal (IPS/News4all)  

 

Dossier(s): Energie  Milieu 

 
< Vorige   Volgende >