Houdt God van Sonja Bakker? Afdrukken E-mail
door Ton Zondervan   
Sunday, 3 February 2008

tonzondervan.jpg
De kerk is al decennia bezig aan een forse afslankingskuur. Tegelijk zien we de laatste tijd een oplevende belangstelling voor religie, ook de christelijke. Wat is hier aan de hand? En wat betekent dat voor de kerk? 

In onze tijd is religie in sterke mate los komen te staan van de institutionele kerk. De kerk was altijd hoedster van een geheel van religieuze taal, symbolen en praktijken. Dat geheel is versplinterd. Met de ontkerkelijking zal een deel daarvan verdwijnen. Maar een ander deel is als het ware in de cultuur uitgezaaid geraakt. Het religieuze krijgt zo nieuwe vormen, duikt op nieuwe plaatsen op in de samenleving en verbindt zich op nieuwe manieren met sociale verbanden. Je ziet religie (of elementen daarvan) de laatste jaren opnieuw opduiken bijvoorbeeld op internet, in films, in nieuwe rituelen rond uitvaarten, in klooster-retraites voor managers enzovoorts.

De kerken hebben daar nog zeker wel een rol in,  maar zijn hun centrale rol als (be)hoeders van de religie kwijt. De kernactiviteiten van geloofsleven, namelijk bidden/verstilling, vieren, dienen, delen en religieus leren, vonden in de verzuilde samenleving grotendeels plaats ín of onder controle van de kerk. Dat is voorbij. Er is een nieuwe en voorlopig zeer onoverzichtelijke situatie ontstaan.

Dat heeft enkele lastige gevolgen. Religie heeft een gevaarlijke, explosieve kant. Denk aan de radicale evangelicals met grote politieke invloed in de VS, of jonge radicale moslims zoals Mohammed B. Deze krachten zijn moeilijker te beheersen wanneer de religie niet of minder onder controle staat van religieuze, of andere, instituties. Anders gezegd: de religieuze instituties probeerden 'wilde devotie' te temmen. Nog een lastig punt is dat mensen onder de noemer van religie of van spiritualiteit soms de grootste onzin geloven. Een religieuze institutie heeft dus ook de functie om religieuze denkbeelden te toetsen aan de ‘religieuze rationaliteit’ van de wijsheid van religieuze tradities.

Maar naast deze lastige kanten zie ik ook positieve kanten. De religie was in de verzuilde tijd uitgebouwd tot een systeem. Dat beheerste het leven van de wieg tot het graf. De kerk had in die verzuilde vorm haar tijd gehad. Je kunt ontkerkelijking en secularisatie opvatten als het geleidelijk verdwijnen van religieuze vormen en inhouden die hun functie hebben verloren. We stuiten zo op ‘grondlagen’ onder de hele topstructuur van de verzuilde, kerkelijke religie.

Je zou secularisatie en ontkerkelijking dus kunnen zien als een uitzuiveringsproces. Secularisatie is dan de gedaanteverandering van een ‘sterke’, institutioneel ver uitgebouwde religie, naar een ‘zwakke religie’ waarin alleen religieuze kernelementen overblijven. Deze zwakke religie organiseert zich in zogenaamde ‘dunne instituties’, die de ‘dikke instituties’ uit de verzuilde tijd vervangen. Na deze uitzuivering of afslanking wordt weer veel duidelijker waar religieuze instituties en religieuze traditie voor bedoeld zijn. Dat zijn richtingaanwijzers, die dóór en boven zichzelf uitwijzen naar datgene dat ze present willen stellen: het transcendente, die we in de christelijke traditie ‘God’ noemen. Wat mij betreft mag de institutionele kerk dus nog even verder Sonja Bakkeren.

© Dr. Ton Zondervan is theoloog en lid van de kenniskring Theologie en Levensbeschouwing van de Christelijke Hogeschool Windesheim.

 

Dossier(s): Reliprof.nl 

 
< Vorige   Volgende >