| Subsidies: goede bedoelingen, kwalijke effecten |
|
|
| door Klaartje Jaspers | |
| Friday, 1 February 2008 | |
|
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Overheden subsidiëren schepen die de zee leegvissen en verplichten oliebazen 5,75 procent biobrandstof bij de reguliere aardolie petroleum te mengen. En dat terwijl die 'groene alternatieven' momenteel soms twee keer zo vervuilend zijn. Goedbedoelde steunmaatregelen, zeggen de deskundigen, maar met desastreuze gevolgen.
De hoogte van de subsidies hangt af van de definities die je gebruikt en daar is geen overeenstemming over, stelden zijn gespreksgenoten. Reken je de belastingvrijstellingen voor de diesel op internationale wateren mee of niet? En hoe zit dat met havens, wegen, verwerkende industrieën of tariefafspraken? Als de cijfers iets aangeven, is het de complexiteit van het thema. Want wat er nu echt aan directe en indirecte subsidieregelingen bestaat, weet niemand.
In Europa gaat het niet per definitie beter. Dr. Gert Jan Gast van Fishion Consultancy legt uit hoe het komt dat één kilo schol voor 2,20 euro op de veiling ligt, terwijl er alleen al 1,60 euro diesel aan opgaat. Doordat de visserij van krib tot graf gesubsidieerd wordt, zijn de ondernemers in de visserij geen ondernemers meer, zegt hij, maar worden hun ondernemersrisico's op de belastingbetaler afgewenteld. Als gevolg vissen ze maar door tot er niets
Wat resteert zijn de soorten die dieper leven, platvissen bijvoorbeeld. Ook die populaties nemen echter snel af, zowel door de activiteiten van grote bedrijven als door die van de lokale industrie. Sinds kleinschalige vissers een buitenboordmotor kregen van een goedwillende donor, is in Sudan geen zeekomkommer meer te vinden. Dat de achteruitgang van de visstand niet alleen de vissen treft maar ook de daarvan afhankelijke gemeenschappen, blijkt uit het feit dat groepen vluchtelingen uit Mauritanië op gammele bootjes naar de Canarische eilanden proberen over te steken in de hoop een bestaan te vinden in de EU, suggereren de deskundigen.
Krijgen de Spaanse eilanden alom subsidies om in Europese en Afrikaanse wateren te kunnen vissen, de Mauritaanse octopusvangers kunnen met hun kruiken de concurrentie met de grote buitenlandse schepen niet aan. Helemaal niet nu de visstand zo gedaald is. Van de 86 miljoen euro die de EU de Mauritaanse overheid betaalde om er tot 2012 te mogen blijven vissen, zien de Mauritaanse vissers weinig terug.
Toch gelooft visserij-directeur Vermuë dat het geld uit de visserijakkoorden het West-Afrikaanse land vooral ten goede komt: het kan gebruikt worden voor verbetering van de lokale industrie, maar ook voor bijvoorbeeld onderwijs. Omdat het niet gaat om ontwikkelingsgeld maar om een handelsovereenkomst, staat het de Mauritaanse overheid vrij het naar eigen inzicht te gebruiken. Worden visserijakkoorden stopgezet, zegt hij, dan is het gevolg gewoon de werking van de private markt. Om de vis echt te beschermen, denkt hij, moet je niet de subsidies afschaffen, maar de visquota respecteren. Dat is hier al moeilijk, laat staan in een ontwikkelingsland met weinig middelen. Controle van de visstanden en de quota is iets waarvoor wél subsidie gegeven kan worden, zegt dr. Kees Lankester, bestuurslid van Marine Stewardship Council (MSC), een keurmerk voor duurzaamheid in de visserij. Door het gebrek aan controlemechanismen en bijvoorbeeld ongeregistreerde visoverdrachten op zee, is het momenteel nauwelijks na te gaan waar een vis vandaan komt. Daardoor is het voor overheden heel makkelijk visrechten te verkopen voor vissen die er niet of onvoldoende zijn. Een land als Guinee-Bissau, vertelt hij, heeft een hele waslijst aan partners waaraan het visserijrechten verkoopt, terwijl het maar de vraag is hoeveel er duurzaam gevangen kan worden. Een andere manier waarop subsidies goed gebruikt kunnen worden, denkt Lankester, is door de kleinschalige visserij te steunen en de kwaliteit van de producten te verhogen. Door ijs te introduceren bijvoorbeeld, waardoor de vis langer goed blijft en langer verkocht kan worden. Met kwaliteitsverhogende maatregelen kan de vis eventueel ook geschikt gemaakt worden voor de Europese markt. Biobrandstoffen
De problemen rondom de subsidies in de visserij zijn niet uniek. Ze spelen in nagenoeg elke sector. Om de CO2-uitstootnormen van de internationale Kyoto-milieuverdragen te halen, maakt Nederland bijvoorbeeld veel gebruik van biobrandstoffen als Indonesische palmolie. Daarbij worden de effecten in de ontwikkelingslanden die de grondstoffen leveren, niet meegerekend. Zo kan het gebeuren dat biobrandstoffen op papier geen vervuiling veroorzaken, terwijl het productieproces twee keer zo vervuilend is als dat van een ouderwetse energiebron als aardolie.
Dossier(s): Economie Globalisering Millenniumdoelen |
| < Vorige | Volgende > |
|---|






Met een wekelijks stukje vis of het rijden op biobrandstoffen een steentje bijdragen aan het klimaat of armoedebestrijding? De potentie is er, maar de praktijk blijft nog ver achter, stellen deskundigen.
meer te vangen valt.