Kleine kleuters, grote vragen Afdrukken E-mail
door Klaartje Jaspers   
Thursday, 24 January 2008

Foto: Anna Kurwowska Te jong voor God en grote vragen? Het symposium Is er meer tussen hemel en aarde? aan de Universiteit van Tilburg gisteren suggereerde iets anders: kinderen zijn van nature filosofen.

   - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  

Zijn kleinzoon van vier vindt het verhaal dat Jezus na zijn dood weer fysiek opgestaan zou zijn maar onzin, vertelt de dominee Nico ter Linden trots tijdens het Tilburgse symposium over jeugdliteratuur. En hij vertelt er precies bij waar het wel om gaat: dat zijn geest na zijn dood bij God voortleefde.

Jongere kinderen begrijpen de verhalen vaak heel goed, zegt de auteur van Het verhaal gaat, een hervertelling van de bijbel. Zij begrijpen de beelden nog direct op diepteniveau, argeloos en onbevangen. Wie de boeken historiserend voorleest aan mensen met enige natuurwetenschappelijke kennis, komt vaak in de problemen: maagden raken niet zwanger en mensen lopen niet over water.

Beeldtaal

De bijbel is geschreven in beeldtaal, benadrukt de dominee, zonder uitleg is hij niet geschikt voor consumptie. Regelmatig ontmoet hij mensen die van het geloof vervreemd zijn door die 'rare' verhalen. Willen zij de bijbelschrijvers goed begrijpen, dan hebben ze een gids nodig die de beelden uit die tijd kan interpreteren.

Ter illustratie noemt Ter Linden iets wat hij zelf meemaakte. Als klein jongetje maakte hij mee hoe tijdens de Tweede Wereldoorlog in zijn buurt raketten werden gelanceerd. Soms sloeg het motortje kort na de lancering al af en belandde een raket dicht bij huis in plaats van bij de vijand.

Telkens als hij bang was, vroeg hij zijn ouders om het verhaal van Jezus die over het water liep voor te lezen. Naarmate hij meer naar school ging, begreep hij niet meer waarom, maar inmiddels is het hem weer duidelijk: het water is een donkere diepte waar je in vreest te vallen, de dood, en God redt je daarvan. 

Open vragen

“Jonge kinderen zijn van nature filosofen”, zegt Marja van Rossum, coördinator van het Nederlands kinderfilosofiecentrum. “Ze kunnen in feite niet anders. De hele dag vragen ze: waarom dit, waarom dat?” Ze zijn nieuwsgierig, zijn veel opener dan volwassenen en stellen meer vragen.”

Volwassenen hebben vaak moeite met de houding van niet-weten. Dat komt ook omdat ons onderwijssysteem grotendeels gericht is op het vinden van antwoorden, denkt ze. Een leraar stelt een vraag, een leerling geeft antwoord, en de leraar zegt of het klopt. In de filosofie bestaan echter geen 'goede' of 'foute' antwoorden, benadrukt Van Rossum, en hebben alle gespreksdeelnemers – inclusief docent – in feite een gelijkwaardige positie.

Gelaagd

In haar werk met jonge kinderen gebruikt de kinderfilosoof vaak prentenboeken. Een goed kinderboek is zo gelaagd dat het talloze vragen oproept die om een filosofische verkenning vragen: wat is groot, wat is klein, wanneer is iets een cadeautje en mag je dat ook omruilen? Liefst gebruikt de filosofe boeken met een open einde, zoals de kikkerboekjes van Max Velthuijs.

Leren jonge kinderen met filosofieles gelijkwaardige dialoog en openheid voor (anders) denken, de jeugdliteratuur voor pubers is nog steeds opvallend autochtoon, constateert schrijfster Lydia Rood. Wil je een grote groep toch al achtergestelde groepen kinderen niet aan de kant laten staan, vindt ze, dan moet je ook boeken schrijven waarin niet-blanke kinderen zich kunnen herkennen. In recente boeken als Sabah is op Samir maakt ze gebruik van haar verwantschap met Marokkaanse Nederlanders om ook hun belevingswereld een plaats in de jeugdliteratuur te geven.

Keuzes

“De tv staat bol van wat wij over ‘de islam' denken te weten, maar wij hebben er geen idee van hoe het is tussen twee culturen te leven. (...) Onze jeugd moet alsmaar keuzes maken, en dan nemen we ook maar steeds vanalles over ze aan.” Zelfs goedbedoelende auteurs, weet Rood, gebruiken Turkse namen voor Marokkanen en hebben het over jongetjes die de afwas doen terwijl hun zus of moeder thuis is. Dat valt de meeste witte Nederlanders niet op, zegt de schrijfster, maar die kinderen zelf vinden het ongeloofwaardig en gooien het boek weg.

Toch betekent schrijven voor allochtone kinderen niet dat je andere thema's moet gebruiken, denkt Rood. ”In mijn boek krijgt Sabah een ouder blank Nederlands vriendje dat met haar naar bed wil, en denkt dat zij dat ook wel wil. Dat roept natuurlijk gewetensvragen op.” Als je vijftien bent, is dat een ingewikkelde vraag, zegt Rood. "Voor haar, maar ook voor mij. De existentiële vragen zijn vergelijkbaar.” (News4all)

creative_commons.png

 

 



 
< Vorige   Volgende >