| Wereldverbeteren begint in het hart |
|
|
| door Nynke Sietsma | |
| woensdag, 16 januari 2008 | |
|
----------------------------------------------------------- Idealisten worden vaak voor naïevelingen uitgemaakt. Maar hoe zou het zijn als ze er niet waren? In een serie over idealen schrijft News4all over idealisme binnen verschillende religieuze en maatschappelijke stromingen.
"Hoe denkt u de wereldproblemen op te lossen?" vraagt een journalist aan de Amerikaanse zenboeddhist Bernie Glassman in de film Home Street Home. "Daar geloof ik helemaal niet in," antwoordt Glassman. Maar elk mens kan volgens hem wel wat doen aan de wereldvrede. En dat begint bij het eigen lichaam. "Mijn lichaam is als een mini-versie van de planeet," zegt Glassman. "Daar komt zoveel bij kijken. Hoe los ik al die problemen van mijn lichaam op? Wetende dat ik dat niet kan, blijf ik wel zorgen voor mijn lichaam." Het boeddhisme draait om onthechting, ervaren en bewustwording. Het loslaten van het ego, het opheffen van het wereldse lijden, het ervaren dat het menselijk bestaan een illusie is, zijn belangrijke principes. Maar bovenal is het belangrijk in te zien dat het aardse bestaan een vertroebelde versie van de werkelijkheid is.
Wie dat beseft en wie werkelijk in het hier en nu ervaart, is verlicht. Of om met de woorden Glassman te spreken: "het boeddhisme is het 'zelf' bestuderen. Het zelf bestuderen is het zelf vergeten. Wanneer iemand het zelf vergeet, noemen we dat verlichting". Maar als de werkelijkheid vertroebeld is, een illusie is en het zelf niet bestaat, dan lijkt een ideaal ook zinloos. Want waarom zou de wereld veranderd moeten worden als de wereld toch een illusie is? Dus, kan een boeddhist een ideaal hebben? Vergankelijk
Vanuit deze tradities hebben boeddhisten grote, spirituele idealen: onthechten, inzicht verkrijgen, en de uiteindelijke verlichting bereiken. Pijn en verdriet horen er in dat proces bij, net als geluk en liefde. Al deze emoties zijn vergankelijk van aard, zo redeneren boeddhisten. Dit betekent niet dat boeddhisten in de dagelijkse dingen passief blijven toekijken naar het leed om hen heen en alle gebeurtenissen maar ondergaan. Boeddhistische vredesactivisten als de Tibetaanse Dalai Lama en de Vietnamese Thich Nhat Hanh zijn daarvan het levende bewijs. Toch gaat het veranderen van de wereld bij hen anders.
Westerlingen, met veelal een joods-christelijke achtergrond, lijken meer activistisch ingesteld. Of het nu gaat om ouderen, kinderen, achterstandsgroepen, de derde wereld of een uitstervend plantje of kevertje, iemand die wat wil doen, kan vrijwel altijd bij een actiegroep of stichting terecht. En wie thuis op de bank wil blijven zitten, kan geld doneren. Soms lijkt het alsof westerlingen eerst de problemen veroorzaken en daarna pas beseffen wat de gevolgen zijn. Vervolgens komt er actie op gang. Bij boeddhisten lijkt dat juist andersom. Die zijn eerder pro-actief bezig om problemen te voorkomen. Niet dat boeddhisten heilige boontjes zijn, maar wie gelooft dat alle levende wezens verbonden zijn met elkaar, leeft anders. Dat hoeft niet per definitie beter te zijn. In het boeddhisme begint wereldvrede bij jezelf. Uit het hart, vanuit het lichaam. Door vriendelijk te zijn. Door mededogen. Door stilte en meditatie. Door 'gewaar' te zijn. Te ervaren. Maar gewaar van het leed om je heen of niet, verandert dat iets in de wereld?
Als het aan het zenboeddhist Bernie Glassman ligt wel. De Amerikaan brengt sociale bewogenheid en spiritualiteit samen. Hij richtte in 1995 samen met zijn vrouw de Zen Peacemaker Orde op en de Peacemaker Community, een interreligieuze, wereldwijde gemeenschap van mensen die werken aan de vrede. In de documentaire Home Street Home van de Nederlandse boeddhist en filmmaker George Schouten, ziet de kijker het spiritueel activisme van een zenboeddhist.
Straatretraite Schouten volgt Glassman en een aantal leden van de Peacemaker Community terwijl ze ergens in het noorden van New York zijn. Glassman en tien anderen ondergaan een straatretraite. De boeddhisten zwerven een paar dagen en nachten rond en bedelen. Net als daklozen dat doen. Ze doen dat om gewaar te zijn van de dingen die om hen heen gebeuren. "Je denkt iets van daklozen te weten, maar je komt er direct achter dat je nog helemaal niets weet." Door het dakloos-zijn bewust te ervaren, realiseren de deelnemers zich dat de ene mens niet beter is dan de ander. "Ik ben niet anders dan de vrouw die voor mij stond in de rij voor het eten." Ze handelen door de retraite anders, meer uit compassie, zeggen de deelnemers.
In het boeddhisme is het dus van groot belang om stil te staan bij het eigen gedrag en de processen in het lichaam. Meditatie is daarvoor één van de manieren. Joop Romeijn: "Van meditatie word je scherp, helder van geest. Je zet niet alles stop, wat vaak ten onrechte wordt beweerd, maar je wordt juist onbevangen en open." Bovendien, legt Romeijn uit, kun je door te mediteren inzicht krijgen in negatieve gedachtes en gevoelens in je lichaam, zoals haat en begeerte, zodat je die kunt overwinnen. Vanuit dat inzicht kun je met compassie leven, in liefdevolle vriendelijkheid. Zo kun je anticiperen op het lijden van de mensen om je heen. "De term 'geëngageerd boeddhisme' is eigenlijk dubbelop. Boeddhisme betekent wakker zijn, weet hebben van wat zich afspeelt in ons lichaam, in onze gevoelens, onze geest en in de wereld. Als je wakker bent kun je niet anders dan met mededogen handelen om het leed dat je om je heen ziet te helpen verlichten. Boeddhisme moet dus wel betrokken zijn bij wat er in de wereld gebeurt. Zo niet, dan is het geen boeddhisme."
* * *
Dit is het derde deel in de serie ‘Idealen, je zult ze maar hebben’. Lees hier deel 1 en hier deel 2.
Dossier(s): Boeddhisme |
| < Vorige | Volgende > |
|---|






Kan een boeddhist een ideaal hebben? Dat lijkt een vreemde vraag. Immers, een mens kan een ideaal hebben, een doel, een streven. En een boeddhist is een mens. Maar filosofisch ligt het niet zo simpel.