|
“De gemeente Rotterdam is bij de dialoog over cultuurverschillen het middenveld vergeten. Daardoor is de discussie terechtgekomen op het niveau van de zeepkist.” Dat zei de filosofe Liesbeth Levy gisteren tijdens een symposium over Erasmus en Mevlana Rumi.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
De Rotterdamse, tevens organisator van het debat, haalde fel uit naar de gemeente, die volgens haar het publieke debat niet in goede banen leidt. Zij gaf als voorbeeld de islam-kenner Tariq Ramadan die na zijn benoeming tot gasthoogleraar aan de Erasmus Universiteit alleen kennismaakte met Rotterdamse wijkcentra.
“Wilders en Verdonk moeten weerwoord krijgen en daar is een middenveld voor nodig en niet de zeepkist,” aldus Levy. Zij vindt dat de regels voor het debat moeten worden gezet door een ‘elite’, bestaande uit voorgangers van alle groepen in de stad, die de verantwoordelijkheid nemen voor een dialoog.
Erasmus en Rumi
Het Rotterdamse symposium was georganiseerd ter gelegenheid van het 800ste geboortejaar van Mevlana. Het middenveld was er ruim vertegenwoordigd, maar pogingen om een antwoord te vinden op de vraag of het mogelijk is om met het gedachtegoed van Erasmus en Mevlana Rumi afstanden tussen de christelijke en islamitische culturen te overwinnen, strandden grotendeels. Struikelblok was vooral de totaal verschillende invalshoek van de beide denkers.
Symposium-bezoekers die dachten mooie woorden te horen over tolerantie en pacifisme van de zich naar Rotterdam vernoemende filosoof kwamen bedrogen uit. Erasmus-kenner Jan van Herwaarden kwam met een waslijst aan bezwaren tegen het klakkeloos prijzen van Erasmus als vredelievend filosoof.
Geleuter
“Bij Erasmus geen pluralistisch geleuter”, aldus de wetenschapper. Zo zou hij Mohammed slechts eenmaal in zijn werk hebben genoemd, betitelde hij allerlei verfoeide geloofspraktijken als judaïsme en pleitte hij in 1535 alleen maar tegen een oorlog in Tunis, omdat hij vond dat de krachten moesten worden gebundeld tegen de Turken.
Volgens Van Herwaarden moet Erasmus vooral in eigen tijd en omgeving worden geplaatst. “Erasmus is een door-en-door christelijk denker: alles wat hij beweert staat in het teken van de vera religio, de ware godsdienstige overtuiging, waarmee hij de christelijke religie bedoelt.”
De wetenschapper ziet wel een reden om Erasmus in ere te houden als pleitbezorger voor naastenliefde. Ook ging hij uitgebreid in op zijn inspanningen voor goed onderwijs voor mannen en vrouwen en voor een monarchale macht die door goed samenspel met de onderdanen niet in tirannie kan uitmonden.
Andere tijd
‘Cyberimam’ Abdulwahid van Bommel had aanmerkelijk minder moeite met het presenteren van Mevlana, de Perzisch-Turkse denker die in het westen vaak beter bekend is als Rumi. “Hij leefde in een andere tijd en een ander gebied, ” zo begon ook Van Bommel. Maar waar Erasmus moest pleiten voor meer studie, daar had Rumi de koran al. “Hij hoefde de studieuze moslim niet te prediken, want die bestond al,” aldus Van Bommel.
Mevlana hield zich volgens Van Bommel bezig met de ‘scheiding van de mensenziel van God’. Hij vroeg zich af wat er gebeurt als een gelovige de leer nastreeft en een leven in meditatie doorbrengt. Juist daarop zou hij door de schriftgeleerden van zijn tijd zijn aangevallen. Hij ziet de geschriften van Mevlana als een ‘meta-taal, over tijd en plaatsproblemen heen’.
De vergelijking met Erasmus noemde Van Bommel ‘merkwaardig’. Bij de omvangrijke werken van Rumi is naar zijn mening sprake van een ‘machtige taalstroom en enorme klankkleur’, terwijl de roem van Erasmus slechts zou berusten op een enkel boek, namelijk de Lof der Zotheid. Een poging tot vergelijking met het werk van een mysticus als de Spaanse Johannes van het Kruis zou in zijn ogen passender zijn geweest.
Abstract
De conclusies bij het bespreken van een paar stellingen over de betekenis van beide filosofen werden door deze tegenstellingen nogal abstract. “Erasmus en Mevlana symboliseren bepaalde waarden van vrede, vriendschap en dialoog die door de tijden heen niet veranderd zijn,” aldus gespreksleider Alaattin Erdal, die onder meer uitgever is van de Turks-Nederlandse krant Zaman.
Ümit Tas, voorzitter van de Stichting Islam en Dialoog, sloot zich daarbij aan: "Ze hebben het over tijdsoverschrijdende zaken die te maken hebben met de essentie van het mens-zijn."
Overigens wees Tas erop dat een zinvolle dialoog tussen christenen en islamieten alleen kan worden gevoerd wanneer beide groepen bereid zijn de waarheid van de andere groep te respecteren. Tas: “Christenen zien Jezus als de zoon van God, islamieten zien de koran als de waarheid. Een dialoog is alleen mogelijk als er vertrouwen bestaat.”
Muurschildering
Van Bommel pleitte voor een ‘volwassen dialoog op het scherp van de snede’. De imam: “We moeten niet de eigen idealen gaan vergelijken met de leefwereld van anderen.”
Ook tijdens de discussie met het publiek werden weinig suggesties gedaan voor oplossingen voor het vraagstuk van de culturele diversiteit, behalve de toezegging dat er bij de inrichting van een nieuw historisch museum voor Rotterdam aandacht zal worden geschonken aan de interculturele dialoog.
Verder krijgt de Rotterdamse Erasmusstraat in de eerste helft van het komend jaar een muurschildering met daarop Erasmus en Mevlana, van de hand van de in Iran geboren kunstenaar Ahmad Reza Haraji. Zijn ontwerp werd door het aanwezige publiek, waaronder bewoners van de Erasmusstraat, met groot enthousiasme ontvangen. (News4all)
Dossier(s):
Dialoog
Islam
Soefisme
|