Portret van het bisdom Groningen Afdrukken E-mail
door Redactie   
dinsdag, 11 december 2007

Een portret van het bisdom Groningen-Leeuwarden uit 2002, drie jaar na het aantreden van bisschop W.J. Eijk. Dit artikel verscheen eerder in het Zaterdags Bijvoegsel van NRC-Handelsblad.  

Dit is een update bij het bericht Eijk nieuwe aartsbisschop van Utrecht
Bekijk ook: Extra uitzending van Kruispunt over de benoeming van mgr. Eijk

 

Het standvastige Noorden 

Met bisschop W.J. Eijk kreeg ook het bisdom Groningen drie jaar geleden een conservatief aan het hoofd. Maar meer dan in andere bisdommen stuit het katholieke neotraditionalisme in Groningen op verzet bij de pastoraal werkers en ook bij oudere priesters.

door Janneke Schuurman 

Hij constateert ,,kwalijke ontwikkelingen'' in het bisdom Groningen. Rolf Wagenaar (59), twee jaar geleden door bisschop Eijk benoemd tot plebaan (pastoor) van de Sint Jozefkathedraal in Groningen, ziet het als zijn taak de uit de hand gelopen vrijheden van de jaren zestig en zeventig te ,,corrigeren''. Daarbij gaat het onder meer om intercommunie,  bediening van de sacramenten door pastoraal werkers en de te grote bemoeienis van 'gewone' kerkgangers met de gang van zaken.
 
In de St. Jozefkathedraal leidde dat er onder meer toe dat de werkgroep liturgie ,,een andere taak'' kreeg. ,,De liturgie ligt vast. Die is van de kerk, niet van bepaalde groepjes,'' licht de pastoor toe. Ook dopen door pastoraal werkers, is hem een doorn in het oog. ,,Het kan niet zo zijn dat pastoraal werkers zich dingen toe-eigenen, met name sacramentenbediening, die aan een priester toekomen. Voor de doop hebben ze vaak wel toestemming van bisschop gekregen in hun benoemingsbrief, totnogtoe, maar dat is een sacrament dat een gewijde dienaar toebehoort.''

Sfeer

Wagenaar is representatief voor de nieuwe koers die het bisdom sinds de komst van Eijk beoogt te varen en die op een muur van verzet stuit bij veel pastoraal werkers en de oudere generatie priesters. Wilden de noorderlingen de nieuwe bisschop eerst nog het voordeel van de twijfel gunnen, inmiddels is het niet moeilijk pastores te vinden die hun hart wel eens willen luchten. Maar bijna niemand wil met zijn naam in de krant en het aantal doorverwijzingen naar iemand die 'in een minder kwetsbare positie zit' is legio. ,,Dat tekent de sfeer,'' zegt een pastoraal werker. De top van het bisdom betitelt hij als de 'theekrans van moeke Stienstra', daarmee verwijzend naar de voorzitster van het conservatieve Contact Rooms-Katholieken (CRK). Het CRK werd in 1986 opgericht om Rome-getrouwe katholieken een stem te geven.

Improviseren


Het diaspora-bisdom Groningen is met 115.000 katholieken getalsmatig het kleinste bisdom in Nederland, maar qua oppervlakte het grootste. Er zijn veel streekparochies, waarbij katholieken uit verschillende dorpen één kerk delen. Men leerde improviseren en er groeide bijna automatisch een traditie van oecumene. Groningen was het eerste bisdom in Nederland waar als gevolg van het lage aantal priesterkandidaten, op grote schaal pastoraal werkers werden ingezet. Het aantal parochiepriesters daalde tussen 1990 en 2002 van 56 naar 25 en het aantal pastoraal werkers steeg in diezelfde periode van 10 naar 25. Er zijn nu zes vacatures en dat aantal zal de komende jaren nog aanzienlijk toenemen, omdat een groot deel van de priesters met pensioen gaat. De parochies in het Noorden zijn getalsmatig te klein om een pastoraal werker onder verantwoordelijkheid van een priester te laten functioneren. Daardoor worden pastoraal werkers gedreven tot een grote zelfstandigheid. Na een tijdje nemen ze de functie van priester vrijwel volledig waar. Tegelijkertijd mogen ze geen ziekenzalving doen, eucharistievieringen leiden of huwelijken sluiten. Die taken zijn voorbehouden aan priesters, waarvan de dichtstbijzijnde soms zo'n  25 kilometer verderop zit. Een situatie die zorgt voor ergernissen, zowel bij de priester die geregeld elders moet komen opdraven, als bij de pastoraal werker die zich gepasseerd voelt.

Kwaad bloed

Het beleid waar bisschop Eijk voor staat, zet kwaad bloed bij pastores die een traditie van bijna een halve eeuw vrijheid gewend zijn. Het bisdom Groningen is nog jong: pas in 1956 werden de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Noordoostpolder  losgekoppeld van het aartsbisdom Utrecht en kreeg het Noorden met Nierman zijn eerste bisschop. Hij werd in 1969 opgevolgd door bisschop Möller. De laatste was tot zijn bisschopsbenoeming  professor aan het seminarie in Rijsenburg, waar de priesterstudenten uit het Noorden hun opleiding volgden. De verstrooide professor die hij tijdens zijn seminarietijd was - studenten moesten hem vaak attenderen op de aanvang van zijn colleges - bleef hij ook in het Groningse. Een gepassioneerd filosoof die liever studeerde dan een bisdom bestuurde.

Rustig

De bisschop was geen theologische scherpslijper en verontrusten die bij hem aan de bel trokken omdat ze meenden Rome-ongetrouwe tendensen te bespeuren bij hun pastoor, zoals een te vrijmoedige eigen inkleuring van de liturgie, kregen een luisterend maar relativerend oor. 'Je kunt het zus zien, maar je kunt het ook zo zien', was meestal de teneur van het antwoord van Möller. Hij zocht vooral naar harmonie en tegenover pastores benadrukte hij sterk hun eigen verantwoordelijkheid. 'Niet te veel vragen, dan hoef ik ook niet teveel te verbieden', was het motto dat hij dertig jaar lang hanteerde vanuit het bisschoppelijk paleis. En al die tijd was het opvallend rustig in het Noorden. Waar men andere bisdommen ruziënd over straat ging en conflicten breed werden uitgemeten in de media, bleef het in Groningen stil. De laatste jaren liet Möller, die kampte met gezondheidsproblemen en een niertransplantatie had ondergaan, zich nauwelijks nog zien in het bisdom. Voor de pastores die toch al gewend waren hun eigen gang te gaan, raakte de stad Groningen wel heel ver weg.

Conservatieve koers

In 1999 overleed de bisschop. Hij was de laatste van een generatie bisschoppen die, geïnspireerd door de roep om kerkvernieuwing tijdens het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren zestig, zichzelf vooral tot taak hadden gesteld om te verdedigen wat leefde in de plaatselijke kerk. Ze waren voorstander van liturgievernieuwing, oecumene en een minder hiërarchische kerk, deels gedragen door betrokken vrijwilligers. De vernieuwingsdrang die de bisschoppen onder de toenmalige kardinaal Alfrink toonden, vroeg in de ogen van Rome echter om een correctie. Nederland nam te veel vrijheid en bedreigde daarmee de eenheid van de wereldkerk. De correctie kwam in de jaren zeventig met de benoeming van de bisschoppen Gijsen in Roermond en Simonis - die later kardinaal werd - in Rotterdam. Toen nog eenlingen tussen progressiever ingestelde bisschoppen als Möller, Ernst (Breda) en Zwartkruis (Haarlem), maar het conservatieve benoemingbeleid werd later ook in andere bisdommen voortgezet. Gijsen stond met Simonis aan de wieg van het Grootseminarie Rolduc, de behoudende kweekvijver die inmiddels drie bisschoppen voortbracht: hulpbisschop de Jong van Roermond, bisschop Punt van Haarlem en bisschop Eijk van Groningen.

Verdacht

Na het overlijden van Möller is men in Groningen nog voorzichtig optimistisch over zijn opvolging. Er is hoop dat  'Rome wel snapt' dat een conservatieve bisschop in het Noorden niet op zijn plaats is. Het kapittel, het hoogste adviesorgaan van het bisdom, draagt ter opvolging van Möller drie kandidaten voor, maar deze worden van hogerhand terzijde geschoven. Voorspelbaar, want met de vrijzinnige naam die Nederland heeft in Rome, zijn eigen kandidaten per definitie verdacht.

Eijk, die studeerde in Rome en sympathiseert met de ultra-orthodoxe beweging Opus Dei, is daarentegen een  betrouwbare kandidaat om de weinig uitgesproken en weinig daadkrachtige Möller op te volgen. Opus Dei is een organisatie van gezagsgetrouwe katholieken die in Nederland een paar honderd leden zou tellen. Ze houden er uitgesproken conservatieve standpunten op na over abortus (onder geen enkele voorwaarde) , gebruik van voorbehoedmiddelen (verboden) en homoseksualiteit (een afwijking die te genezen zou zijn). Ledenlijsten worden door de organisatie niet vrijgegeven; Eijk spreekt echter geregeld op symposia en bijeenkomsten van Opus Dei.

Collegedictaten

De nieuwe bisschop maakt een ongelukkige start. Nog voor zijn wijding publiceert het opinieweekblad HN-Magazine een serie artikelen over oude collegedictaten van Eijk uit de tijd dat hij moraaltheologie doceerde aan het seminarie Rolduc. In de dictaten zegt hij ondermeer dat homoseksuelen een neurotische ontwikkelingsstoornis hebben en om die reden ,,geen liefdesrelaties kunnen aangaan''. Priesters zouden homoseksuelen kunnen doorverwijzen naar een psycholoog, oppert de professor, die vervolgens half Nederland over zich heen krijgt. De Groningse priester en oud-europarlementariër Herman Verbeek weet het Openbaar Ministerie te mobiliseren om een oriënterend justitieel onderzoek naar mogelijk strafbaar gedrag van de bisschop in te stellen. In de landelijke media wordt Eijk gediskwalificeerd met termen als 'achterlijk' en 'idioot'.

Ruzie

Het gerezen wantrouwen wordt niet lang na zijn aantreden nog eens versterkt door de benoeming van Limburger Rolf Wagenaar als plebaan van de Sint Jozefkerk. Het parochiebestuur laat onomwonden weten Wagenaar, die ook afkomstig van Rolduc, niet te willen omdat hij te behoudend en te autoritair is.

De achttien pastores van het dekenaat Groningen laten in een brief aan de bisdomstaf weten dat de benoeming hen ,,diep kwetst”. ,,Opnieuw blijkt dat het horen van mensen aan de basis van de kerk een formaliteit is”, schrijven de pastores. De ruzie loopt zo hoog op dat de bisschop in december 2000 besluit het parochiebestuur te ontbinden.

Oproerkraaiers

Zeventien Groningse parochiebesturen spreken in een nieuwe brief hun zorg uit over ,,de eenzijdige wijze waarop besluiten binnen het bisdom tot stand komen en de wijze waarop wordt gecommuniceerd”. Ze vragen om een gesprek met de bisschop. Dat wordt in eerste instantie toegezegd, maar zal uiteindelijk nooit plaatsvinden. De brief is voor een groep sympathisanten van Eijk reden om op hun beurt ontslag te eisen van ,,alle oproerkraaiers'', te beginnen met de Groningse deken D. ten Dam. Hij is volgens hen drijvende kracht achter de protesten. Twee pastoraal werkers uit de stad Groningen besluiten vanwege de verziekte sfeer en gebrek aan steun vanuit het bisdom, emplooi te zoeken in een protestantse kerk.

Na een opeenvolging van conflicten wordt bisschop Eijk in januari 2001 met een herseninfarct opgenomen in een Duits ziekenhuis. Het herstel gaat moeizaam. Als de bisschop weer aan het werk gaat, krijgt hij na een paar maanden last van aangezichtspijnen die hem het werken belemmeren. Afgelopen zomer hield Eijk opnieuw rust. Vorige maand ging hij weer aan het werk, maar de aangezichtspijnen zijn nog steeds niet verdwenen.

Eigentijds pastoraat


De Nederlandse kerkprovincie is met de benoeming van Eijk ,,schizofreen geworden'' volgens de Nijmeegse kerkhistoricus Peter Nissen. ,,De bisschoppen staan voor de lijn die in Rome wordt voorgestaan, met uitzondering van bisschop Muskens,  maar in de parochies laat men zich daar over het algemeen niet veel aan gelegen liggen.''  De situatie in het bisdom Groningen verschilt van die in andere bisdommen waar een behoudende bisschop de koers bepaalt, zegt Nissen. ,,Ik heb het idee dat een groot deel van het pastorale kader in Groningen stevig in z'n schoenen staat. De traditie van eigentijds pastoraat heeft zich in het Noorden sterker en langer kunnen ontwikkelen dan elders.  Onder Möller zijn er zelfs geregeld theologiestudenten uit Limburg als pastoraal werker aan de slag gegaan, omdat ze van bisschop Gijsen geen kans kregen. Terwijl het gebruikelijk is dat ze in hun eigen bisdom werken. Pastoraal werkers beginnen nu teleurgesteld te raken en worden bang. Dat werkt verlammend en is tamelijk onvruchtbaar voor de kerk. Dat moet bisschop Eijk toch ook zien.''

Het bisdom Groningen heeft er volgens hem baat bij gehad dat veranderingen door de ziekte van de bisschop minder snel worden doorgevoerd. ,,Als hij zich opstelt als een hardliner, dan is zijn beleid gedoemd te mislukken. Zeker in het Noorden, waar mensen de neiging hebben wat standvastiger te zijn in hun mening. Zuiderlingen zijn zich er meer van bewust dat de soep niet altijd zo heet gegeten wordt als hij wordt opgediend.''

Jonge priesters


De bezorgdheid over de nieuwe koers inmiddels omgeslagen in strijdbaarheid, zegt de Groningse studentenpastor Ben van der Maas, voorzitter van de Vereniging Pastoraal Werkenden. ,,Er is een grote groep pastores die wil dat het karakter van een open gemeenschap, waarin vrij over alles gepraat kan worden, behouden blijft. Die groep wordt zelfbewuster. Als ze zich niet roert, laat ze zich door één richting binnen de kerk de wet voorschrijven. Een groot deel van het kader wil niet terug naar een gesloten, orthodoxe kerkvisie, maar veel jongere priesters wel. Als de huidige paus en huidige bisdomleiding nog lang zouden blijven zitten en er steeds meer jonge priesters bij komen, dan kan het nog een hele tijd doorzieken in het bisdom. Ik denk dat er pas verandering komt als deze paus overlijdt. Elk jaar dat zijn beleid voortduurt, is er één te veel. De geest die momenteel in Rome rondwaart, vind je terug in jonge priesters in het bisdom. Daar valt nauwelijks mee samen te werken. En dan worden er ook nog eens priesters geïmporteerd uit Limburg, zoals Wagenaar. Dat is een voorbeeld van iemand die op geen enkele wijze overlegt. Alles staat bij hem al vast.''

Ruk naar rechts

De ruk naar rechts bij de generatie priesters onder de veertig, zorgt voor grote frustratie bij de oudere priesters en pastoraal werkers. Een proces waarin andere bisdommen Groningen voorgingen. ,,Oudere priesters krijgen het gevoel dat ze in de ogen van jonge mensen - en de huidige bisschoppen - tientallen jaren alles fout hebben gedaan,'' zegt Nissen. ,,Dat is heel pijnlijk. Ik ken priesters die daar letterlijk ziek van zijn geworden. Officieel mag je na je vijfenzestigste nog tien jaar priester blijven. Maar zodra ze de kans krijgen, stoppen ze. Teleurgesteld.''

Pastoor Peter Wellen (36) uit Winschoten erkent dat hij wat ,,traditioneler'' is ingesteld dan de meeste pastores van de oudere generatie. ,,De jonge generatie heeft de rijkdom van de traditie herontdekt. Ik werk samen met een collega van 70 en dat gaat heel goed, al hebben we onze eigen inzichten. Dat de kerkelijke regels nu meer in acht genomen worden, vind ik niet verkeerd. Natuurlijk, als je in Noord-Groningen zit, waar tot voor kort één pastoraal werkster vijf parochies had, dan zit je in een moeilijke situatie. Als parochianen een ziekenzalving willen, zal daar een priester voor moeten komen. Wie in een ziekenhuis als receptioniste wordt aangenomen, mag ook geen infuus aanleggen. Als je respectvol met elkaar omgaat, hoeven die verschillende bevoegdheden geen problemen te veroorzaken. Maar er zijn priesters die zich heel arrogant opstellen tegenover pastoraal werkers.''

Spervuur van verwijten

De bisschop wordt ten onrechte bestookt met een spervuur van verwijten, meent Wellen. ,,Een tijdje geleden verscheen de beleidsnota Meewerken in het pastoraat. Daarin wordt gesteld dat pastoraal werkers niet de aanspreektitel 'pastor' mogen gebruiken. Officieel zijn ze 'meneer' of 'mevrouw'. De titel 'pastor' mag alleen door priesters worden gebruikt. De nota is in de tijd van bisschop Möller door de bisschoppen opgesteld en ondertekend door toenmalig vicaris-generaal Grasveld. Eijk krijgt het nu in de schoenen geschoven, terwijl hij het beleid alleen maar uitvoert.''

Negatief imago

Relativerende geluiden klinken ook vanuit de pastorie in het Drentse Klazienaveen. ,,Wat als probleem wordt ervaren, is dat we nu een bisdombestuur hebben dat functioneert,'' meent pastoor Stiekema (40). ,,Möller was jarenlang aan het kwakkelen met zijn gezondheid. Daardoor ging er überhaupt weinig sturing van het bisdom uit. Er zijn altijd mensen die bij iedere beweging die zich aandient, kreunen en zuchten. Toen Mozes met het volk Israël door de woestijn in trok, knorden er ook heel wat chagrijnig achteraan. Op gegeven moment moet je ook eens objectief naar iemand willen kijken. Van het negatieve imago dat bisschop Eijk bij zijn aantreden heeft meegekregen, is in de praktijk van de afgelopen drie jaar niets terug te vinden. Als ik aan kritische collega's vraag om iets concreets te noemen, dan hoor ik nooit iets.''

Het bisdom Breda, waar bisschop Muskens de scepter zwaait, wordt volgens Stiekema heel wat strakker bestuurd dan Groningen. ,,Maar als een bisschop in de media goed ligt - hij gaat eens met een dakloze ergens slapen bijvoorbeeld - dan is er nooit iemand die een woord spendeert aan zijn bestuursstijl. Als ik pastores in andere bisdommen spreek, dan denk ik wel eens: mijn God, blij dat ik daar niet zit. Hier in Groningen kun je tenminste nog wat zeggen.''

Terwijl de jonge generatie priesters blij is met de nieuwe koers in het bisdom, heerst onder de meeste pastoraal werkers zwijgzaamheid. ,,Niemand heeft zin zich te moeten verantwoorden bij de bisschop,'' zegt pastoraal werker Neeltje Bouma uit Bedum. ,,En dat gebeurt zeer waarschijnlijk als je iets zegt tegen de pers. Ik ben dit werk gaan doen omdat ik iets wil betekenen voor mensen aan de basis, daar steek ik mijn energie liever in.''  Of de relatieve rust die momenteel in Groningen heerst lang blijft, betwijfelt ze. ,,Als iemand kritisch is over het beleid, dan heeft het bisdom zoiets van: Als het je niet bevalt, dan ga je maar. Op die manier kom je niet met elkaar in gesprek.''

Onrechtmatig ontslag

In de stad Groningen zet men de hakken al stevig in het zand voor de volgende benoemingskwestie. ,,Deken Ten Dam vertrekt in januari en dat is natuurlijk een mogelijkheid om met mensen te schuiven,'' zegt pastor Ben van der Maas. ,,Maar de bisschop kan er niet zomaar iemand neerzetten waar wij geen vertrouwen in hebben. Dan zullen de pastores absoluut obstructie plegen. Bij de benoeming van Wagenaar heeft Eijk bijna zijn hand overspeeld. Dat zal hij niet nog een keer riskeren.''  Van der Maas doelt op het parochiebestuur van de Jozefkerk dat dwarslag bij de benoeming en vervolgens door Eijk werd ontslagen. Het parochiebestuur haalde later alsnog zijn gelijk bij een kerkelijke beroepsinstantie, die uitsprak dat het ontslag onrechtmatig was.

De onfortuinlijke start van de bisschop, gevolgd door een reeks conflicten en daarna zijn langdurige ziekte, bezorgen zijn critici dubbele gevoelens. Een persoonlijk drama, zo zien veel pastores de loopbaan van Eijk tot nog toe. ,,Al vraag ik me af of de bisschop dat zelf ook  zo ervaart,'' zegt Van der Maas.  ,,Maar ik heb met hem te doen. Als persoon mag ik hem wel. Hij is een aardige vent. Als hij op kennismakingsbezoek is bij parochies, wordt hij heus wel gewaardeerd door de parochianen. Ik heb alle respect voor de bisschop en zijn visie. Orthodoxen hebben iets te zeggen en daar willen we naar luisteren, maar dan moeten zij ons ook serieus nemen.''

Verzakelijking

Pastoor Ketelaar uit Emmeloord,  al 37 jaar pastoor in het bisdom,  constateert dat de verhoudingen vergaand verzakelijkt zijn met de komst van Eijk. ,,Möller stond naast ons, niet boven ons. Er bestond een vriendschappelijke verhouding met de pastores. Hij had Rome niet nodig om zich te rechtvaardigen, hij stond er zelf.'' 

Als de huidige beleidslijn van centralisatie en minimaal overleg met de betrokken partijen wordt voortgezet, zal dat in het bisdom niet gepikt worden, denkt Ketelaar. ,,Dan groeit de verdeeldheid en knalt de boel een keer uit elkaar. De afstand tussen het bisdom en de parochies zal steeds groter worden, want wij houden elkaar vast in de parochies. Daar gaat het er om hoe de menswording van God gestalte moet krijgen. Dat kan op verschillende manieren. Ik heb mijn eigen verantwoordelijkheid daarin en ik hou me echt niet aan alle regeltjes. Als je dat doet, loop je onherroepelijk vast in de alledaagse praktijk van het parochiewerk.'' 

Buitenstaander

De huidige bisdomtop heeft volgens hem weinig gevoel voor wat zich in het parochieleven afspeelt. ,,Vicaris Van den Hende, die kerkjurist is, is priester gewijd en daarna in Rome gaan studeren. Hij heeft nog maar een paar jaar parochie-ervaring. Bisschop Eijk probeert wel te luisteren, maar hij heeft gewoon niet de mentaliteit van het bisdom. Hij is een buitenstaander. Als hier een oecumenisch ingestelde bisschop was gekomen die dicht bij de mensen stond, dan zou dat heel wat gemakkelijker zijn geweest. Zowel voor hemzelf als voor ons. Pastores willen open en eerlijk kunnen praten over praktijksituaties. Daarvoor moet je eerst vertrouwen opbouwen en dat is er nu bij veel mensen niet meer. Wat de bisschop betreft, ik gun hem dat hij een levensvervulling krijgt die past bij de omstandigheden waarin hij nu is gekomen. Hij zou weer professor kunnen worden. Als hij niet geneest, krijg je medelijden met de man en dat is geen basis voor een gezonde gezagsverhouding.'' (News4all)


Dossier(s): RoomsKatholieke Kerk 

 
< Vorige   Volgende >