|
Rechtszaken tegen de verdachten van de moord op drie protestantse christenen in Malatya en de Turkse journalist Hrant Dink, hebben opnieuw de aandacht gevestigd op de oorzaken van dit soort intolerantie en geweld.
Güzide Ceyhan, een Turkse protestant, ziet drie trends die intolerantie aanwakkeren: desinformatie door opinieleiders en de media, de toename van het Turkse nationalisme en de marginalisering van kleine bevolkingsgroepen in de Turkse samenleving.
Deze trends beïnvloeden elkaar en alle kleine gemeenschappen in Turkije, islamitische en christelijke, bahai’s en Jehovah’s Getuigen, hebben er volgens hem op verschillende manieren mee te maken.
Politiek gemotiveerd
Na zijn toespraak in oktober voor de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, hield de nieuwgekozen Turkse president Abudullah Gül tegenover journalisten vol dat verschillende religies in Turkije in harmonie samenleven. Hij noemde de moord op Hrant Dink, een Armeens-Turkse journalist, en de rooms-katholieke priester Andrea Santoro “politiek gemotiveerde moorden”. Over de recente moord op drie protestantse christenen in Malatya, zweeg hij.
Santoro, een Italiaan, werd in februari 2006 vermoord in zijn kerk in Trabzon. Dink werd een jaar later vermoord in Istanbul. In april volgde de moord op de drie protestanten, twee etnische Turken en een Duitser.
Deze drie aanvallen leidden tot de moord op vijf mensen die niet behoorden tot de soennitische moslimmeerderheid. De kleinere religieuze gemeenschappen in Turkije zij dan ook bezorgd over hun toekomst.
Intolerantie
Turkije heeft veel verschillende religieuze groeperingen. Onder hen de Alevieten (met naar schatting zo’n 17 miljoen aanhangers de grootste religieuze minderheid), Islamitsche Broederschappen (de soennitische nakchibendis, mevlevi’s (soefi’s) en anderen, alsook de sji’itische bektashis), nieuwe islamitische bewegingen (zoals de nurcus en de suleymancis), protestantse christenen, rooms-katholieke christenen, Armeens-Apostolische christenen, Syrisch-Orthodoxe christenen, Grieks-Orthodoxe christenen, Georgisch-Orthodoxe christenen, Jehovah’s Getuigen, en bahai’s.
Intolerantie tegenover deze minderheden wisselde met de tijd. Mijn ervaringen als lid van de kleine, 3000 leden tellende protestantse gemeenschap, illustreren de problemen waar deze groepen mee te maken hebben. In het geval van de protestanten, liep dat uiteindelijk uit op de moorden in Malatya. Andere gemeenschappen hebben ook met intolerantie en geweld te maken. Omdat veel protestanten bekeerde moslims zijn, is hun situatie een goede ‘testcase’ om te zien of Turkije daadwerkelijk tolerant genoeg is om godsdienstvrijheid te kunnen garanderen.
Trends
Wat is de oorzaak van het geweld tegen christenen? Ik denk dat er drie oorzaken zijn. Ten eerste het gebrek aan betrouwbare informatie over het christendom in openbare verklaringen door opinieleiders en de media. Ten tweede: de opkomst van het Turkse nationalisme. En ten derde: de impliciete en expliciete goedkeuring van het marginaliseren van christenen in de Turkse samenleving en ook van acties - inclusief moorden - tegen hen.
Deze drie trends beïnvloeden elkaar. Desinformatie werd onder de aandacht gebracht in het laatste voortgangsrapport van de Europese Commissie, gepubliceerd op 6 november. In het hoofdstuk over “mensenrechten en de bescherming van minderheden”, constateert de Commissie dat missionarissen door zowel de media als de autoriteiten afgeschilderd worden als “een bedreiging”. Tot op de dag van vandaag, zegt het rapport, “is aanzetten tot haat tegen niet-islamitische minderheden niet strafbaar.”
Dergelijke desinformatie, met name waar het bekering tot het christendom betreft, is wijdverbreid in de nationale en lokale media. De advocaat van de protestantse kerken, Orhan Kemal Cengiz, zei vlak na de moorden in Malatya dat “bekeringsactiviteiten geen misdaad zijn in Turkije.” Politici en de media zouden met hun uitspraken een dergelijke misdaad echter hebben uitgevonden, waarop individuele burgers besloten om die ‘misdaden’ te bestraffen.
PKK
Uit nieuwe berichten, die naar buiten kwamen vlak voor de rechtszaak (die 23 november begon en op 14 januari 2008 wordt voortgezet), blijkt dat de media nog steeds de schuld bij de slachtoffers leggen en niet bij de daders. Persbureau Ihlas, een videopersbureau, legde in de berichtgeving over de zaak consequent een relatie tussen de advocaten van de slachtoffers en de verdediging van terrorismeverdachten van de PKK en de zoon van Hrant Dink. Deze laatste zou schuldig zijn aan “belediging van de Turkse identiteit”.
Ihlas gaf ook ruim baan aan een verklaring van een van de verdachten, die beweerde dat een van de vermoorde protestanten gezegd zou hebben dat “het christendom en de bijbel goed waren”. Ook zou hij de PKK geprezen hebben. “Daar werd ik boos over”, zei de verdachte. Persbureau Bianet noemde dit soort verslaggeving “gevaarlijk”, omdat het de advocaten “op een dartbord zet”.
Tv-hetze
In diverse tv-programma’s werden protestanten negatief neergezet, vooral degenen die zich vanuit de islam bekeerden tot het christendom. In populaire tv-series zoals Kurtlar Vadisi (Vallei van de Wolven), werden zendelingen afgeschilderd als mensen die het geloof van de armen “kopen”. Professor Zekeriya Beyaz, decaan van de faculteit moslimtheologie van de Marmara Universiteit, gebruikt dezelfde bewoordingen als het gaat over missionaire activiteiten en christenen. In september beklaagde hij zich op tv over de zendingsdrang van christenen. Beyaz is ook controversieel in sommige moslimkringen, vanwege zijn steun aan het hoofddoekverbod op universiteiten. Daardoor werd hij eerder zelf het slachtoffer van een aanval met een mes.
Groei protestanten
Het is in Turkije relatief nieuw dat Turkse christenen en buitenlandse zendelingen hun geloof uitdragen. Dit heeft gevolgen gehad voor de samenleving. In de jaren tachtig telde Turkije nog maar een handvol protestanten. Pas de afgelopen twintig jaar groeide hun aantal. Maar in plaats van dit fenomeen onbevooroordeeld en onderzoekend te benaderen, reageerden de media met verdachtmakerij, vijandigheid en stereotypering.
Algemeen wordt de groei van het aantal christenen gezien als het gevolg van een plan van buitenlandse zendelingen om onwetende en financieel zwakke moslims te misleiden, met als uiteindelijk doel verdeeldheid te zaaien in het land. Deze beschuldigingen zijn in allerlei publicaties en op websites terug te vinden.
Nationalisme
De tweede factor die geweld aanwakkert, nationalisme, is altijd sterk aanwezig geweest in Turkije. De laatste jaren was sprake van een opleving. Volgens sommige Turkse waarnemers kan die verklaard worden uit de toename van het aantal aanslagen door de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en de socio-economische gevolgen van de globalisering. De toename van het aantal mensen dat stemde op de Partij van de Nationalistische Beweging (MHP), geeft hier een indicatie van. In 2002 stemde 8,3 procent van de kiezers bij de parlementsverkiezingen op deze partij, in juli van dit jaar was dat 14,3 procent.
Nationalisten lijken iemand alleen als Turk te beschouwen als hij een soennitische, nationalistische moslim is. De nationalisten willen zich ‘verdedigen’ tegen de ‘bedreigingen’ die ‘anderen’ met zich meebrengen. Die ‘anderen’ zijn meestal Turken die niet in het nationalistische stereotype passen.
Een derde factor die het geweld aanwakkert, is de marginalisering en de impliciete en expliciete goedkeuring van geweld tegen minderheden. Zoals eerder gezegd, leidde dit zelfs tot de goedkeuring van de moorden.
Mensenrechten
Ondanks de zorg over ontwikkelingen in de Turkse samenleving, is er ook reden voor optimisme. Turkije heeft zich ingezet voor de toepassing van nationale en internationale mensenrechteneisen in het algemeen, en vrijheid van religie en geloof in het bijzonder. Het land heeft een groot potentieel om uit te groeien tot een goedfunctionerende, stabiele democratie. Veel Turken, van alle religies, zijn toegewijd aan het democratiserings- en mensenrechtenideaal. Tegelijkertijd wordt het maatschappelijke middenveld sterker. Het zou onwaar zijn om te beweren dat individuen die zich niet conformeren aan de soennitisch-Turkse identiteit, continu onder druk staan.
Wantrouwen
Fundamentele mensenrechten worden voor een belangrijk deel beschermd, maar er blijven uitdagingen. Vrijheid van godsdienst betekent de vrijheid om samen te komen, te onderwijzen, praktiseren. Het stichten van kerken, het onderwijzen van geloof aan volgelingen, het delen van geloof met andersgelovigen en bijdragen aan humanitair werk, valt allemaal onder de bescherming van de vrijheid van religie en geloof. Toch worden dergelijke activiteiten in Turkije met wantrouwen en haat gadegeslagen.
De aanpak van deze problematiek moet gebeuren op basis van deze fundamentele rechten. Als dat niet gebeurt, dan is de kans klein dat president Güls verklaring over samenleving in harmonie realiteit wordt voor de leden van de kleinere religieuze gemeenschappen in Turkije.
Met dank aan Forum18
Dossier(s):
Europa
Mensenrechten
|