|
Na vele jaren van betrekkelijke rust in het theologische debat, lijkt in kerkelijk Nederland een oude strijd weer langzaam op te laaien. De roerige jaren ’60 en ’70 met haar debatten rond Kuitert en Wiersinga liggen bijna een generatie achter ons. De ophef in de jaren ’80 rond het gereformeerd synodale rapport God met ons (over het Schriftgezag) kunnen velen van mijn generatiegenoten zich nauwelijks nog herinneren – het is dat mijn vader zich er destijds erg boos over maakte, anders zou het ook mij niet zijn bijgebleven. Daarna gaven uitspraken van Van Gennep over de opstanding nog wat beroering en ook de boeken van Den Heijer deden hier en daar wat stof op waaien. Maar de grote kerkelijke debatten, waar zelfs theologisch niet-geschoolde gemeenteleden aan deelnamen leken te zijn uitgestorven.
Nu kan het verdwijnen van dit debat natuurlijk niet alleen worden toegeschreven aan groeiende eensgezindheid – reëler is het de ontkerkelijking en groeiende onverschilligheid als oorzaken te noemen. De groep mensen die zich ermee zou kunnen bemoeien is kleiner geworden en velen kunnen zich ook niet meer druk maken over de kwesties, zo ze de portee ervan nog begrijpen. Daarom zal de omvang en heftigheid van een kerkelijk debat nooit meer van de grootte van begin jaren ’60 zijn.
Dat wetend, zie ik – zoals ik zei – een oude strijd weer oplaaien binnen de protestantse kerk van Nederland (PKN), die te maken heeft met verschuivingen in het kerkelijk landschap. In betrekkelijk korte tijd wint daar een evangelische manier van geloven nieuw terrein. Een onderstroom in destijds samen-op-weg-kerken lijkt tot een hoofdstroom te worden. Het Evangelisch Werkverband begint de vruchten te plukken van jarenlang hard en strategisch werken. Naast alle bekende ‘smaken’ in de kerk (van ultra-orthodox (Gereformeerde Bond), via middenorthodox en gematigd vrijzinnig naar de stijle vrijzinnigheid van de Nederlandse Protestantenbond) komt er een nieuw smaak waar rekening mee gehouden moet worden: Evangelisch-protestant. Hun werfkracht maakt het onontkoombaar er serieus rekening mee te houden. Het is de komst van deze beweging die de strijd weer nieuw leven inblaast.
Plotseling staan zaken als Schriftgezag en het bestaan van God weer op de agenda. De verschijning van het geruchtmakende boek van ds. Klaas Hendrikse (Geloven in een God die niet bestaat) gaf aanleiding aan allen om zich te profileren. Het feit dat eerdere publicaties met gelijke strekking dat niet deden toont aan dat het kerkelijk klimaat veranderd is. De kreten waren nu niet van de lucht ‘Waar blijven we, als zelfs een atheïst dominee kan zijn?’, Ik geloof dat God echt bestaat’, ‘De bijbel is toch Gods Woord?’. Het is of ik mijn vader en zijn verontruste broeders hoor praten – maar dat waren de jaren ’80 van de vorige eeuw. Ook hij praat er nu anders over!
Ik sta er bij en ik kijk er naar. Verbaasd en soms verbijsterd. Ik geef toe, ik ben met mijn 39 jaar nog jong. Toch heb ik het gevoel dat mijn verbazing over deze gang van zaken een beetje te maken heeft het klimmen van de jaren. Als ik deze discussies lees en hoor, denk ik steeds: dit gesprek hebben we toch al gevoerd? Alle argumenten zijn toch al eens genoemd? Waarom moeten we dit debat over doen? Kunnen we niet beter samen – zo verschillend als we zijn – nieuwe wegen inslaan?
Kunnen we niet beter praten over hoe de bijbelverhalen in de 21e eeuw betekenis krijgen, in plaats van bakkeleien over geïnspireerd of niet geïnspireerd. De vraag is vooral, lijkt mij, wat doet de bijbel met ons als we haar lezen met een open hart en een open geest. Wat betekent het als we die oude boeken als Gods Woord erkennen. En kunnen we niet beter nadenken over de vraag wat het betekent om in God te geloven, dan te twisten over het bestaan van God? De modernistische strijd om waarheid kan in de kerk niet worden beslist, zoveel is wel duidelijk geworden. Wat je als waarheid erkent is niet een conclusie van het debat, maar de vooronderstelling ervan. Dan is dus de strijd een schijngevecht. En een schijngevecht is niet de moeite van het herhalen waard.
Ik zou graag willen zoeken naar een gesprek dat de oude scheidslijnen doet vergeten. Nee, ik ben niet zo idealistisch dat ik denk dat er geen kerkelijk debat meer zou zijn. Dat zouden we niet eens moeten willen. Maar ik zou willen pleiten voor een nieuw debat: het debat over betekenis en relevantie. Geen simplistische hermeneutische testjes die meten in welke mate je de bijbel letterlijk neemt of niet, maar een werkelijk gesprek over de manier waarop de bijbel hier en nu betekenis krijgt en hoe wij in de kerk door het lezen en herlezen van de bijbel worden gevormd en hervormd. Dat is, dacht ik, wat hermeneutiek wezenlijk is: het proces waarin een verhaal in een nieuwe omgeving betekenis krijgt. Daarin spelen de wereld van de tekst en de wereld van de lezer beide een cruciale rol.
Misschien zit ik er naast en moeten de oude discussies opnieuw gevoerd worden. Ik doe er niet aan mee. Ik hoop op nieuwe wegen, nieuwe debatten, nieuwe smaken. En ik hoop vooral dat ook in de 21e eeuw de bijbel weer een radicale levensveranderende betekenis krijgt. Want alleen het betekenisvolle is het doorgeven waard.
Boele P. Ytsma
www.zoekendgeloven.nl
|