| Werken in een kerk die niet bestaat | |||
| (donderdag, 10 januari 2008) door Boele P. Ytsma | |||
| Er wordt hard nagedacht over de kerk! In het PKN-orgaan Woord en Dienst stelt ds. J. Jeroense voor om de ´Kerk als klooster´ te gaan zien en inrichten. Hij schetst wat mij betreft een prachtig visioen van een kerk waar iedereen zijn of haar eigen plek kan vinden in een ‘glijdende schaal van betrokkenheid’. De kerk als klooster. Je komt vaker dergelijke vergelijkingen tegen. Onlangs stelde ds. Klaas Hendrikse voor de kerk te zien als een ´eetcafe´. Van wat ouder datum zijn de beelden van de kerk als ‘herberg´ (J. Hendriks), de kerk als ‘inloophuis’ (S. Stoppels) of als ‘een huis om in te wonen’ (G.D.J. Dingemans), de kerk als ‘leergemeenschap’ (K.A. Schippers), de kerk als ‘vangnet’ (R. Warren). De lijst is met talloze voorbeelden uit te breiden. De kerk kan nogal wat zijn. Moet nogal wat zijn. De structuur van zo’n zinnetje – ‘de kerk als…’ - laat zien dat het eerste woord (kerk) een minder afgebakende term is dan het tweede. Het tweede woordje – klooster / herberg / eetcafe / etc. – maakt een keuze in de vele betekenissen die het woord kerk kan hebben. Kennelijk laat het woord kerk al die betekenissen toe. Je vraagt je af: is het zo’n vaag of kneedbaar begrip dat het alles kan betekenen? De kerk is toch niet alles? Het is vooral vreemd omdat nu juist het woord ‘kerk’ een beeld oproept van een nogal massief en onveranderlijk bolwerk. Wie vanuit de Middeleeuwen of vanuit de 18e eeuw onze tijd zou binnenwandelen, zou weinig herkennen en begrijpen, maar zou zeker de kerk er nog zo uitpikken. In alle veranderingen van de tijd en zelfs in alle veranderingen binnen de kerk, lijkt er een grote mate van continuïteit te zijn. Dit is trouwens beslist niet alleen te bejubelen want deze continuïteit is niet zelden het gevolg van conservatisme en conservatisme kan in een snelveranderende tijd dramatische gevolgen hebben. ´De kerk als…´ laat zien dat er wat van de kerk gehoopt, verwacht en geloofd wordt. Het zijn woorden waarin dromen en visioenen worden verbeeld. Wie dergelijke vergelijkingen maakt staat meestal zelf met twee benen in de kerk en weet van haar mogelijkheden en onmogelijkheden. De laatste willen nogal eens tot frustraties leiden. Nog nooit ben ik een dominee, ouderling of priester tegengekomen die werkt in de kerk die helemaal is zoals hij of zij zou willen. En toch wordt er gewerkt! Volop zelfs. Misschien wel juist daarom: om te groeien naar dat wat er nog niet is. Werken in de kerk en werken aan de kerk die aan het worden is, een kerk waarin je gelooft. Vandaag herinner ik me dat het nooit anders is geweest. Niet voor niets behoort ‘de kerk’ tot dat wat we geloven. We belijden haar in ons credo. De kerk is niet alleen dat wat voor handen is, maar ook dat wat we ervan geloven, hopen en verwachten. Met de kerk van alle tijden belijden wij te geloven in de ‘katholieke kerk’. Dat is een kerk die er al is en tegelijk helemaal nog niet bestaat! Iemand gaf mij vandaag de mooie woorden van Hans Bouma: Blijven geloven, dat deze wereld anders kan, beter, menselijker, rechtvaardiger. Nooit berusten in de feiten, hoe onweersprekel6ijk ook. Dan ben je verloren. Je verspeelt je menselijkheid. Niet aan de feiten, maar aan de hoop is het laatste woord. Niet de werkelijkheid die je ziet, maar de werkelijkheid die je droomt is doorslaggevend. De weg van de hoop. De enige weg, waar je mens bij blijft. , Boele P. Ytsma www.zoekendgeloven.nl |
|||



